Vanaf 1 januari 2025 hebben de eerste gemeenten een zero-emissiezone (ZE-zone) ingevoerd. In deel 1, eindigde het artikel met het bericht dat, ondanks dat de meerderheid van de Tweede Kamer het voorstel om alle ZE-zones uit te stellen tot 2029 heeft gesteund, de deelnemende gemeenten toch door gaan met de voorbereidingen en de invoering. Ook brancheverenigingen hebben laten weten dat zij willen dat de invoering van ZE-zones doorgaat. De Rai Vereniging en BOVAG benoemen dat het belangrijk is voor een betrouwbare overheid dat zij haar afspraken nakomt. Daarnaast geven de brancheverenigingen aan dat het anders de ondernemer benadeelt die op tijd heeft geïnvesteerd in verduurzamende wagens.
Verder is in het artikel van vorige maand toelichting gegeven over wat een ZE-zone is en welke toegangsregels er gelden. Deze maand gaan we in op de vraag wat dit voor gemeenten betekend. Moet de gemeente een ZE-zone invoeren, hoe doe je dat, waar ligt de handhavingstaak en wat zijn de uitdagingen? Op deze vragen gaan we in dit artikel in.
Invoering ZE-zone door de gemeente
Gemeenten kunnen eventueel ook later dan 1 januari 2025 een ZE-zone invoeren. Zij kunnen hierbij hulp krijgen vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Zij hebben namelijk het Samenwerkingsproject Expertpool Stadslogistiek (SPES) opgericht. Er is onder andere een toolbox voor gemeenten samengesteld waarin handige stappenplannen en factsheets staan die gemeenten kunnen gebruiken bij het invoeren van een ZE-zone.
Gemeenten kunnen de omvang van de ZE-zone zelf bepalen, onder de minimale voorwaarde dat het stadcentrum en de wijken eromheen binnen deze zone vallen. Een gemeente die een ZE-zone wil invoeren moet minimaal vier jaar van tevoren het plan hebben opgesteld, waarin wordt aangegeven hoe de ZE-zone eruit komt te zien en hoe zij dit in die vier jaar willen gaan realiseren. Zero Emissie Stadslogistiek heeft hiervoor een stappenplan ‘’Stappenplan implementatie ze-zones, Gemeenten’’ opgesteld. Het stappenplan geeft een overzicht van de stappen die in ieder geval genomen moeten worden bij de invoering van de ZE-zone. Volgens hen is de eerste stap het collegebesluit. Het college van B&W kan in principe de ZE-zone invoeren maar gezien de (mogelijke) impact kan de Raad hier ook een beslissing over nemen. In dit besluit moet in ieder geval de omvang van de zone en de ingangsdatum worden aangegeven. Het besluit kan ter inspraak worden aangeboden. Het is ook mogelijk om bij het verkeersbesluit (stap twee) een uitgebreide inspraak te houden. Volgens het stappenplan is op deze manier de inspraak voor de burgers ook voldoende gewaarborgd. Gemeenten mogen zelf een eigen afweging maken op welke manier ze de burgers betrekken. Stap 3 betreft de gemeentelijke organisatie. Afdelingen binnen de gemeenten dienen verschillende zaken op te pakken voor het realiseren van de ZE-zone. Stap 4 is handhaving aangezien dit een essentieel onderdeel vormt van de ZE-zone. Hier zal later in dit artikel verder op worden ingegaan. Stap 5 is de communicatie, rondom het invoeringsbesluit of het verkeersbesluit bijvoorbeeld. Stap 6 betreft flankerend beleid, faciliterende maatregelen bij het beleid, om de transitie naar een ZE-stadslogistiek te stimuleren. De stadslogistiek die hier bedoeld wordt, zijn alle goederen en diensten die worden geleverd door middel van bestel- en vrachtauto’s. Meer informatie over stap 3 t/m 6 vind u in het stappenplan via de link hierboven.
Op de website van Zero Emissie Stadslogistiek staat beschreven welke gemeenten er tot nu toe allemaal meedoen.
Knelpunten
Ondanks dat de belangenverenigingen achter de overheidsplannen staan, maken zij zich zorgen over de knelpunten. Ook de gemeenten en ondernemers ondervonden tijdens de overgang naar de ZE-zones een aantal knelpunten. De meest voorkomende knelpunten zijn de hogere kosten, een vol stroomnet en niet genoeg laadplekken. Voor vrachtwagens zijn er in Nederland dertien laadstations aanwezig die gedeeltelijk voor publiek toegankelijk zijn. Laadplekken voor vrachtwagens zijn namelijk groot en hebben een (verzwaarde) aansluiting op het stroomnet nodig. Dit betekent dat het stroomnet overbelast kan raken. Voor bestelauto’s geldt een ander probleem, namelijk dat bestelbusjes van particulieren voor de deur thuis geparkeerd moeten worden en er een aanvraag voor een laadpaal dient te komen. Dit alles kost veel tijd en geld voor zowel particulieren, bedrijven als overheden. Of deze knelpunten nu tijdens de geldigheid van ZE-zones zijn opgelost moet nog blijken.
Handhaving
Voor het gebruik van ZE-zones is handhaving een essentieel onderdeel. Volgens Zero Emissie Stadslogistiek kan dit het beste worden gedaan door gebruik te maken van ANPR (automatic number plate recognition) camera’s. Boa’s kunnen hierbij ondersteunend worden ingezet.
Gemeente Tilburg heeft een pilot uitgevoerd voor het meten van de effectiviteit van het handhaven van de milieuzone met scanauto’s. Deze resultaten, conclusies en aanbevelingen zijn ook interessant voor de inzet van scanauto’s voor de handhaving van de ZE-zone begin januari van dit jaar. Uit de resultaten blijkt dat handhaving met scanauto’s een efficiënt en goedlopend proces is. Hiervoor geldt wel dat de scanauto’s voldoende door de zone moeten rondrijden. Voor gemeenten die al gebruik maken van scanauto’s voor handhaving kan het de kosten beperken van handhaving. Uit het onderzoek blijkt verder dat de scanauto gezien moet worden als het vergroten van de pakkans met een flexibele camera. Een koord van (vaste) camera’s rondom de ZE-zone geeft nagenoeg een 100% pakkans volgens het onderzoek. Knelpunten die in het onderzoek naar voren komen zijn de extra handhaving om controles uit te voeren op de aanwezigheid van een ontheffing en de uitvoerbaarheid van de bordenshouw die maandelijks plaatsvindt. Volgens het onderzoek zijn deze knelpunten bij de handhaving van de ZE-zone verholpen. De conclusie van de pilot is voor de gemeente Tilburg dat de scanauto’s ingezet zullen worden voor de handhaving van de ZE-zone. Daarnaast worden er op strategische plekken vaste ANPR-camera’s opgehangen om zo de pakkans en de naleving van de ZE-zone te verhogen.
Voor het plaatsen van ANPR-camera’s rondom de ZE-zone is een stevige juridische grondslag nodig. Hiervoor heeft het Samenwerkingsproject Expertpool Stadslogistiek (SPES) en Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opdracht gegeven om een document op te stellen waarin wordt beschreven welke soorten analyses van de data van de ANPR-camera’s zijn toegestaan en aan welke juridische voorwaarden deze analyses moeten voldoen.
Ook heeft Zero Emissie Stadslogistiek het document ‘’Handhavingsplan nul-emissie zone bestel- en vrachtverkeer’’ opgesteld. Dit is een conceptversie van een mogelijk handhavingsplan dat door de gemeenten gebruikt kan worden die een ZE-zone hebben ingevoerd of gaan invoeren.
Brancheverenigingen
De branchevereniging VLOK, die er is voor zelfstandige kleinschalige werkende vakmensen, heeft een onderzoek gedaan naar de reacties op het nieuws van invoering ZE-zones. 80% van de respondenten heeft aangegeven geen klanten in de ZE-zones te gaan helpen. Andere respondenten geven aan de tarieven te moeten verhogen om de meerkosten te verrekenen.