Het evenredigheidsbeginsel heeft sinds 1996 een flinke vlucht wat betreft jurisprudentiële ontwikkelingen. In dit artikel worden deze ontwikkelingen globaal geschetst. Ten slotte staan we stil bij de toetsingscriteria die momenteel gelden met betrekking tot het evenredigheidsbeginsel.
Het evenredigheidsbeginsel is een juridische regel die stelt dat de nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn ten opzichte van het doel wat men daarmee wil bereiken.
De Maxis-Praxis uitspraak
In deze uitspraak concludeerde de Afdeling dat invoering van artikel 3:4 lid 2 van de Awb niet met zich meebrengt dat de rechter belangenafwegingen indringender gaat toetsen dan al staande praktijk was. De marginale toets blijft de hoofdregel, uitzonderingen daargelaten, zoals indringendere toetsing bij onder meer bestuurlijke boetes. De rechter beperkt zich tot de beoordeling of het betreffende bestuursorgaan niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
De afdeling concludeert dat, op grond van de memorie van toelichting en antwoord, van onder meer de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen, het niet de bedoeling is dat de rechter niet tot in detail gaat beoordelen welke nadelige gevolgen wel of niet evenredig zijn. De gescheiden posities van de rechter en de wetgever moeten in ons staatsbestel eenmaal gescheiden blijven.
De Harderwijk-uitspraak
Tot 2 februari 2022 hanteert de Afdeling bovengenoemde toetsing van het evenredigheidsbeginsel tot het moment dat de Harderwijk uitspraak werd gewezen.
In deze zaak adviseren de Advocaten-Generaal om de Europese ‘’drietrapstoets’’ als beoordelingskader voor evenredigheid van een besluit te hanteren.
Deze leest als volgt:
(i) Is het besluit geschikt om het doel te bereiken? Die geschiktheidstoets houdt een effectiviteitstoets en een coherentietoets in;
(ii) Is het besluit noodzakelijk om het doel te bereiken? Is een keuze mogelijk tussen meer geschikte maatregelen, dan moet op basis van deze toets die maatregel worden gekozen die de belanghebbenden het minst belast;
(iii) Is de maatregel evenwichtig (evenredigheid) Is de op zichzelf geschikte en noodzakelijke maatregel in de gegeven omstandigheden niet onredelijk bezwarend voor de belanghebbende?
De afdeling neemt deze ‘’drietrapstoets’’ niet letterlijk over als nieuw beoordelingskader, maar beaamt wel dat elementen erin onderdeel kunnen zijn van een directe toets aan het besluit. De afdeling geeft aan dat de verscheidenheid aan casussen maakt dat maatwerk nodig zal zijn. Zo kan in voorkomend geval de geschiktheid al als vraag aan de orde komen bij toetsing van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel (exceptieve toetsing) en hoeft er dus niet meer getoetst te worden aan het besluit zelf.
Relevante toetsingsfactoren
De afdeling noemt een aantal gezichtspunten die in het kader van de evenredigheidsbeoordeling relevant zijn.
- Betreft het een Algemeen verbindend voorschrift, een ander besluit van algemene strekking of een beschikking;
- Gaat het om een belastend (bijv. handhaving) of een begunstigend (bijv. een ontheffing sluitingstijden openbare inrichting) besluit;
- De aard en mate van beleidsruimte van het bestuursorgaan;
- De aard en het gewicht van de met het besluit te dienen doelen;
- Of en welke fundamentele rechten er in het geding zijn.
Conclusie
Met de Harderwijk-uitspraak verlaat de Afdeling het spoor van het marginale willekeurcriterium en kiest het voor een uitgebreid toetsingskader.