Zelfstandige horeca-inrichting of winkel ondersteunend?
Horeca in tuincentra komen alleen in aanmerking voor een alcoholvergunning wanneer deze kan worden aangemerkt als een zelfstandige inrichting. Dat betekent dat sprake moet zijn van een duidelijk afgebakende, lokaliteit met een eigen functie. In situaties waarin horecavoorzieningen, zoals tafels en stoelen, verspreid zijn over de winkelvloer, bijvoorbeeld tussen planten en verkoopstellingen, oordelen rechters vaak dat hier geen sprake is van een zelfstandige lokaliteit. In dergelijke gevallen wordt een vergunning voor alcoholverstrekking doorgaans geweigerd.
De rol van het omgevingsplan
Naast de Alcoholwet speelt het ruimtelijk kader een belangrijke rol. Gemeenten toetsen aanvragen ook aan het geldende omgevingsplan. Daarbij geldt dat horeca-activiteiten ondergeschikt moeten blijven aan de detailhandelsfunctie van het tuincentrum. Bovendien mag de horeca niet leiden tot onaanvaardbare hinder voor de omgeving, zoals extra verkeersdrukte of geluidsoverlast. Indien de horecafunctie te dominant wordt, kan dit strijd opleveren met het bestemmingsplan.
Terrassen en alcoholverstrekking
Wanneer een tuincentrum beschikt over een terras waar alcoholhoudende drank wordt geschonken, gelden aanvullende eisen. Het terras moet duidelijk begrensd zijn en expliciet onderdeel uitmaken van de verleende vergunning. Onduidelijkheid over de grenzen van het terras kan leiden tot handhavingsmaatregelen.
Strikte handhaving door gemeenten
Gemeenten hanteren in de praktijk een strikte lijn bij toezicht en handhaving. Met name de fysieke scheiding tussen horecaruimte en winkelgedeelte wordt scherp gecontroleerd. Deze scheiding is essentieel om te voorkomen dat er alcoholhoudende drank wordt genuttigd of verstrekt buiten de vergunde lokaliteit. Bij overtredingen wordt handhavend opgetreden, variërend van waarschuwingen tot intrekking van de vergunning.
Uitbreiding horeca in tuincentra zet ondergeschiktheid onder druk
Daarnaast kwam recent in het nieuws dat de horeca-activiteiten in tuincentra steeds verder uitbreiden, waardoor de grens met zelfstandige horeca in de praktijk verder vervaagt. Verschillende gemeenten signaleren dat tuincentra hun horecavoorzieningen professionaliseren en vergroten, met uitgebreide menukaarten, grotere zitgedeelten en een nadrukkelijke verblijfsfunctie. Hierdoor rijst de vraag of nog wel sprake is van ondergeschikte horeca, of feitelijk van een volwaardige horecagelegenheid binnen een detailhandelsbestemming.
Deze ontwikkeling zet het bestaande juridische kader onder druk. Waar voorheen relatief kleinschalige horeca als ondersteunend werd beschouwd, lijkt in toenemende mate sprake van een situatie waarin de horeca een zelfstandige aantrekkingskracht heeft. Bezoekers komen niet langer uitsluitend voor het tuincentrum, maar ook doelgericht voor het restaurant of café. Dit kan gevolgen hebben voor zowel de vergunningverlening op grond van de Alcoholwet als de toetsing aan het bestemmingsplan.
Factoren zoals de omvang van het horecagedeelte, de omzetverhouding tussen horeca en detailhandel, de mate van zelfstandige exploitatie en de wijze van presentatie spelen daarbij een steeds belangrijkere rol. Indien wordt vastgesteld dat de horeca feitelijk de hoofdfunctie vormt of daarmee gelijkwaardig is geworden, ligt het in de rede dat een afzonderlijke horecabestemming en bijbehorende vergunningen noodzakelijk zijn.
Deze recente ontwikkeling benadrukt dat exploitanten van tuincentra niet alleen moeten letten op de fysieke inrichting van hun horecavoorzieningen, maar ook op de schaal en positionering daarvan binnen hun bedrijfsvoering. Het risico bestaat dat een ogenschijnlijk succesvolle uitbreiding van horeca-activiteiten juridisch juist leidt tot beperkingen of handhavingsmaatregelen, wanneer de ondergeschiktheid niet langer kan worden aangetoond.
Conclusie
Jurisprudentie maakt duidelijk dat alcoholverstrekking in tuincentra mogelijk is, maar alleen onder strikte voorwaarden. De horecaruimte moet zelfstandig, duidelijk afgescheiden en als besloten lokaliteit ingericht zijn. Daarnaast moet worden voldaan aan de eisen van de Alcoholwet, zoals sociale hygiëne, én moet de activiteit passen binnen het bestemmingsplan. Voor exploitanten betekent dit dat een zorgvuldige inrichting en duidelijke scheiding tussen winkel en horeca cruciaal zijn om vergunningverlening en handhavingstrajecten succesvol te doorlopen.