Basisinformatie
Speelautomaten worden gereguleerd op basis van de Speelautomatentitel (Titel VA) van de WKS. Speelautomaten (de verzamelterm) wordt onderscheiden in kansspelautomaten en behendigheidsautomaten. Voor het spelen op een kansspelautomaat (waarover dit artikel gaat) geldt een minimumleeftijdsgrens van 18 jaar en ook aan de ruimten en het soort gebruik van de ruimte waarin de kansspelautomaten mogen staan, zijn regels verbonden. We kennen vergunningstelsels met kosten, deels gereguleerd.
Vergunningen
Voor de exploitatie van speelautomaten zijn er twee verschillende vergunningen nodig:
- een modeltoelating (van de Ksa), voor de fabrikant of importeur;
- een exploitatievergunning (van de Ksa), voor de exploitant van de speelautomaten
Voor kansspelautomaten is nog een derde vergunning nodig:
- een aanwezigheidsvergunning (van de burgemeester), voor de locatie waar de automaat staat.
De noodzakelijke modeltoelatingen en herkenbaarheid
De modeltoelating is een door de Ksa, na een technische (goed)keuring afgegeven vergunning die de fabrikant of importeur nodig heeft om een speelautomaat te exploiteren. Het stelsel kent vier verschillende klassen speelautomaten met een eigen merkteken, die corresponderen met de verschillende plaatsen waar ze opgesteld mogen worden.
De soorten merktekens zijn:
- Rood merkteken, TK-nummer: kansspelautomaat voor speelcasino’s;
- Rood merkteken, TS-nummer: kansspelautomaat voor speelautomatenhallen;
- Blauw merkteken, TH-nummer: kansspelautomaat voor (hoogdrempelige) horeca; mag ook in speelautomatenhallen staan;
- Groen merkteken, TB-nummer: behendigheidsautomaat.
De aanwezigheidsvergunning (burgemeester) en de locatie
In artikel 30b van de WKS, staat o.a. dat het verboden is om zonder vergunning van de burgemeester, één of meer kansspelautomaten aanwezig te hebben op een voor publiek toegankelijke plaats waarvoor op grond van artikel 3 van de Alcoholwet een vergunning voor de uitoefening van het horecabedrijf is vereist. De aanwezigheidsvergunning wordt afgegeven door de burgemeester.
Drie basiscriteria:
- het moet in een inrichting zijn met een geldende Alcoholvergunning;
- het moet in een hoogdrempelige inrichting (café en/of restaurant);
- de activiteiten moeten met name gericht zijn op mensen van 18+.
Bijzondere bepalingen
Samengestelde inrichting. Dit is een laagdrempelige inrichting waarbinnen afgescheiden delen bestaan die hoogdrempelig kunnen zijn. Om misbruik van deze bepaling (‘creatief timmerwerk’) te voorkomen is belangrijk:
- dat sprake is van voldoende, namens de burgemeester te bepalen, afscheiding tussen de verschillende delen van de inrichting;
- dat het laagdrempelige deel van de inrichting op zichzelf staat. Dit wil zeggen dat het betreden van het hoogdrempelige gedeelte voor geen enkele normale bedrijfsfunctie (betalen, toiletbezoek, garderobe) noodzakelijk is. Het doel is te voorkomen dat de bezoekers van het laagdrempelige deel, waarbij de bezoekers van 18 en jonger, gedwongen worden het hoogdrempelige deel te betreden, en met kansspelautomaten in aanraking komen.
‘Driecomponentencriterium’ aangepast aan de tijd. De Ksa geeft aan: ‘wij delen de opvatting dat er een categorie restaurants is, die geen traditionele Nederlandse maaltijden serveren, maar die desondanks als restaurant in de zin van de Wet op de kansspelen kunnen worden aangeduid, zonder dat daarmee de bedoeling van de wetgever geweld wordt aangedaan’. Als het restaurant ook aan de andere vereisten voldoet, kan de burgemeester daar een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten aan verlenen.
Aantal en kosten
- Een aanwezigheidsvergunning voor hoogdrempelige horeca wordt altijd verleend voor twee kansspelautomaten; meer of minder is niet mogelijk.
- Het is aan de houder van de aanwezigheidsvergunning om te bepalen of hij de twee vergunde automaten opstelt of genoegen neemt met één (of helemaal geen). automaat. Het opstellen van twee automaten is in de praktijk de gebruikelijke situatie. De WKS bepaalt dat de vergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd wordt verleend, en bevat geen beperkingen aan de looptijd van de vergunning.
- De gemeente mag alleen een aanwezigheidsvergunning verlenen aan een inrichting met een Alcoholwetvergunning, en is verplicht om de aanwezigheidsvergunning in te trekken als er geen Alcoholwetvergunning meer van kracht is.
- De gemeente mag een vergoeding vragen voor een aanwezigheidsvergunning voor hoogdrempelige inrichtingen. De gemeente bepaalt de hoogte hiervan, maar de regelgeving bevat een maximum van 90,50 euro per tijdvak van twaalf maanden.
- Als de aanwezigheidsvergunning verleend wordt voor een kortere of langere periode, moet het bedrag naar verhouding worden verlaagd of verhoogd. Het bedrag mag echter nooit hoger zijn dan het maximum voor vier jaar, dus 362 euro.
- Houders van een aanwezigheidsvergunning voor de horeca mogen geen wervings-en reclameactiviteiten ontplooien voor de door hen aangeboden kansspelen.
De termijn van de aanwezigheidsvergunning in de praktijk
Gemeenten mogen zelf bepalen of de aanwezigheidsvergunning voor bepaalde tijd is of voor onbepaalde tijd. Gemeenten gaan, om voor hen belangrijke redenen, verschillend om met die termijn. Lastenvermindering voor de horecaexploitanten en minder werk voor de gemeenten, zijn redenen de vergunning voor meer jaren af te geven. Meer dan 4 jaar beperkt de gemeente in het heffen van leges.
Mogelijke argumenten om te kiezen voor een korte termijn:
- meer zicht op nakomen voorschriften en voorwaarden (jaarlijkse check);
- heeft de exploitant automaten nog wel de vergunning;
- is de noodzakelijke hoogdrempeligheid (inrichting en leeftijd bezoekers) nog intact;
- heeft exploitatie nog de verplichte koppeling met de geldende Alcoholwetvergunning: Bibob beleid;
- aanpak ondermijning: meer grip & zicht op actualiteit horeca en haar vergunningen.