Carbidschieten
Voor wie nog niet bekend is met carbidschieten - ook melkbusschieten, pulleschieten of losschieten genoemd - volgt hier een korte toelichting. Bij deze activiteit wordt in een (melk)bus, container, opslagvat of gasfles acetyleengas opgewekt door een chemische reactie tussen calciumcarbide en water. Het ontstane gas (ethyn) bouwt zich op in een afgesloten ruimte en wordt via een klein gaatje ontstoken. Dit veroorzaakt een harde knal waarbij de deksel of bal met grote kracht uit de bus wordt gelanceerd, soms tientallen meters verderop. Juist deze combinatie van explosie, geluid en rondvliegende objecten maakt carbidschieten juridisch en bestuurlijk relevant.
Lokale wet- en regelgeving
In gemeenten waar carbidschieten een terugkerende traditie is, zijn vaak specifieke regels opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Deze zijn bedoeld om risico’s voor openbare orde, veiligheid en omgeving te beperken en kunnen onder meer gaan over:
- aangewezen locaties;
- minimale afstand tot bebouwing;
- vastgestelde tijdstippen;
- gebruik van bepaalde materialen;
- maximumaantal toeschouwers;
- minimumleeftijd van deelnemers;
- geluidsniveaus;
- frequentie van het schieten.
De regels verschillen per gemeente en soms is vooraf een ontheffing nodig. In bepaalde situaties kan carbidschieten ook als evenement worden aangemerkt, bijvoorbeeld wanneer meerdere bussen tegelijk worden afgeschoten en er publiek aanwezig is.
Jurisprudentie
Recent heeft de Rechtbank Noord-Nederland een uitspraak gedaan over carbidschieten op oudejaarsdag 2025. De casus draaide om een schietlocatie op circa 130 meter van een paardenstal, waarvoor een ontheffing was verleend.
Totstandkoming
Op 4 september 2025 vroeg de aanvrager een ontheffing aan om op 31 december 2025 carbid te mogen schieten. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weststellingwerf verleende op 19 november 2025 twee ontheffingen:
De ontheffingen gelden voor een specifiek terrein tussen 10.00 en 18.00 uur op oudejaarsdag, onder verbonden voorwaarden.
Verzoekster, die twee paarden houdt in een stal op ongeveer 130 meter van de schietlocatie, maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. Ook diende zij op 18 december 2025 een verzoek in tot handhaving van de geluidsvoorschriften uit artikel 22.63 van het Omgevingsplan Weststellingwerf. Dit verzoek werd afgewezen, waarna zij bezwaar maakte. Het college reageerde met een verweerschrift en de voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 24 december 2025.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Afstand
Het carbidbeleid 2014 speelt een rol bij de beoordeling. Hoewel dit geen formeel beleid is in de zin van titel 4.3 van de Awb, kan het worden gezien als vaste gedragslijn. De daarin genoemde voorwaarden a tot en met j zijn als voorschriften 1 tot en met 10 aan de ontheffingen gekoppeld.
Artikel 2:73a van de APV bevat geen bepaling over minimale afstanden tot bebouwing of dierenverblijven. Zoals de gemeente tijdens de zitting stelde, heeft de raad in juni 2025 bewust gekozen geen afstandsvereiste op te nemen. In de vaste gedragslijn wordt wél een minimale afstand van 100 meter tot bebouwing gehanteerd. De afstand tot de paardenstal is ruim 100 meter, waardoor de ontheffingen niet in strijd zijn met de afstandsregels.
De voorzieningenrechter deelde ook niet de opvatting van verzoekster dat de geluidgrenswaarden van het omgevingsplan zouden worden overschreden. Artikel 4:6 van de APV richt zich op incidentele geluidhinder voor de buurt, terwijl de geluidsnormen in het omgevingsplan bedoeld zijn voor niet-incidentele activiteiten zoals verkeer en industrie.
Dierenwelzijn
Het belang van de aanvrager bij een sociale jaarafsluiting staat tegenover het belang van verzoekster bij het welzijn van haar paarden. De gemeenteraad had bewust geen minimale afstand tussen schietlocaties en dierenverblijven vastgelegd, en het is volgens de voorzieningenrechter niet aan de rechter om alsnog een afstandsvereiste op te leggen.
Toch oordeelde de voorzieningenrechter dat het carbidschieten op zo’n korte afstand het welzijn van de dieren te veel bedreigt, in strijd met de algemene zorgplicht voor dieren (artikel 1.4 Wet dieren). Daarom werd het besluit deels geschorst en een tijdelijke maatregel genomen.
Tijdens de zitting probeerden partijen tot een vergelijk te komen, maar dit stokte bij de locatie: de aanvrager wilde de bestaande locatie gebruiken, terwijl verzoekster dat te dicht bij haar paarden vond. Uiteindelijk bepaalde de rechter dat het carbidschieten kan doorgaan maximaal vier uur met vijf melkbussen, zodat het traditioneel uitluiden van het jaar mogelijk blijft, terwijl de overlast voor de paarden beperkt wordt.
Conclusie
Hoewel de ontheffing niet in strijd was met de APV, oordeelde de voorzieningenrechter dat bij het verlenen ervan rekening had moeten worden gehouden met de algemene zorgplicht voor dieren. Dit leidde tot een gedeeltelijke beperking: zowel de duur van het carbidschieten als het aantal melkbussen werd gehalveerd, zodat de overlast voor de paarden beter beheerst kan worden.