Mag een raadsborrel na een raadsvergadering?
De Alcoholwet heeft een duidelijk doel: het beschermen van de volksgezondheid. Dat doel wordt bereikt via een stelsel van ge- en verboden met een imperatief karakter: ‘geen alcohol, tenzij.’ Deze wettelijke systematiek maakt dat het uitoefenen van het horecabedrijf in een gemeentehuis niet zonder meer is toegestaan.
De wet kent geen uitzonderingen voor het aantal uren of dagen per week waarop alcohol wordt verstrekt en maakt ook geen onderscheid in de hoeveelheid alcoholhoudende drank per keer. De gedachte dat het niet bedrijfsmatig zou zijn en niet tegen betaling plaatsvindt, rechtvaardigt op grond van artikel 25 van de Alcoholwet nog niet dat alcoholverstrekking is toegestaan.
Hoewel een borrel vaak wordt gezien als een middel om verbinding en dialoog te bevorderen binnen een transparante en gastvrije gemeente, kan dezelfde functionaliteit ook worden ingevuld zonder alcoholhoudende drank. In dat geval ligt de nadruk op de doelstellingen van de Alcoholwet en de bredere verantwoordelijkheden van de gemeente op het gebied van gezondheid, veiligheid en toezicht
Deze juridische en beleidsmatige kaders vragen om een bewuste afweging. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag óf iets mag, maar ook of het past bij de rol en voorbeeldfunctie van de gemeente.
Belangrijk bij de keuze
- Houd je als gemeente bij voorkeur aan de geest en bedoeling van de wet.
- Zorg voor samenhang tussen beleid en praktijk, bijvoorbeeld met het preventie- en handhavingsplan alcohol dat elke vier jaar door de raad wordt vastgesteld.
- Wees je bewust van voorbeeldgedrag en precedentwerking: wat vraag je van anderen, en past dat bij het zelf schenken van alcohol bij een voor publiek toegankelijke bijeenkomst?
- Gemeenten maken hierin verschillende keuzes: sommige vinden dat alcohol bij een raadsnazit past, andere juist niet.
- Er zijn alternatieven, zoals een alcoholvrije nazit (met mogelijk alsnog een vergunningplicht), een Alcoholwetvergunning (minder gebruikelijk), bijeenkomsten buiten de deur of het rouleren bij reguliere horeca.
- De Alcoholwet maakt geen onderscheid naar de hoeveelheid alcohol die wordt geschonken.
- De gemeente is geen paracommerciële instelling. Zij richt zich niet op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard, maar is een rechtspersoon die zich bezighoudt met het besturen van de gemeente.
- Een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet is bedoeld voor bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard (maximaal aaneengesloten twaalf dagen per keer). Deze ontheffing is niet bedoeld voor een reguliere raadsborrel. Formeel kwalificeert een raadsborrel als het bedrijfsmatig uitoefenen van het horecabedrijf en valt daarmee buiten de reikwijdte van deze ontheffing.
- Het laten cateren is strikt formeel eveneens niet mogelijk, aangezien de bijeenkomst niet besloten is.
Overige regels bij horeca
Naast de Alcoholwet is het zaak om ook andere relevante regelgeving te betrekken bij de afweging. In het bijzonder het omgevingsplan en de Algemene plaatselijke verordening (APV) spelen een rol bij de vraag of en onder welke voorwaarden horeca-activiteiten in een gemeentehuis zijn toegestaan.
Omgevingsplan
Het omgevingsplan bepaalt wat waar is toegestaan op een bepaalde locatie. Daarbij speelt de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) een belangrijke rol. Ook is hierin vastgelegd waar gebouwd of verbouwd mag worden en hoe een gebouw of erf mag worden gebruikt. De geldende regels voor het gemeentehuis (stadskantoor, et cetera) zijn te raadplegen via Regels op de kaart.
Algemene plaatselijke verordening (APV)
Veel gemeenten kennen een exploitatievergunningstelsel voor horeca-inrichtingen (openbare inrichtingen). Daarbij wordt een koppeling gemaakt met het omgevingsplan, dat ook als weigeringsgrond zijn opgenomen. Voor horeca-activiteiten met alcohol moet sprake zijn van een horecalokaliteit die voldoet aan de eisen van de Alcoholwet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Per situatie wordt bekeken wat wenselijk en mogelijk is of juist niet.
Kort samengevat
Een raadsborrel na een raadsvergadering is vanuit de Alcoholwet niet vanzelfsprekend toegestaan. De wet kent een strikt kader en maakt geen onderscheid naar frequentie, duur of hoeveelheid alcohol. Dat vraagt van gemeenten een bewuste keuze, waarbij niet alleen wordt gekeken naar wat juridisch mogelijk is, maar ook naar beleid, voorbeeldgedrag en precedentwerking.
Wie deze afweging zorgvuldig maakt, betrekt daarbij naast de Alcoholwet ook het omgevingsplan en de APV. In de praktijk zien we dat gemeenten steeds vaker kiezen voor alcoholvrije nazitten of uitwijken naar reguliere, vergunde horeca. Daarmee wordt recht gedaan aan de bedoeling van de wet én aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de gemeente.