De bedoeling van de Alcoholwet
Het internetslijten lijkt feitelijk niet alleen voorbehouden aan bedrijven die naast en/of via hun slijtersbedrijf de verkoop op afstand aanbieden. We krijgen met name vragen over het ‘aan huis’, maar ook op industrieterreinen, opstarten van een ‘online slijterij’. De vraag is dan, wat is formeel nodig om een vergunning voor het uitoefenen van een slijtersbedrijf, en specifiek voor het verkopen op afstand, te krijgen? Met name de definities en wetsteksten maken dat het creatief uitbaten van een slijtersbedrijf op locaties zoals bij woonbestemmingen, niet zomaar beperkt kan worden. Toch is de Alcoholwet bij uitstek een wet die het aantal verkooppunten juist niet wilde uitbreiden. In de wetsgeschiedenis is in 1931 juist een soort van maximumstelsel bedacht. De kleinste horecazaken in de woonwijken werden gesaneerd door een oppervlakte eis van de horecalokaliteit, de eerste 35 m² en de volgende (toen nog) 25m². Voor de slijtlokaliteit was dat 15m².
De ontwikkelingen en de Omgevingswet
De Alcoholwet is een gezondheidswet. Daarin worden ook nog situaties van verleidingsaankopen door regels zoveel mogelijk vermeden. Het verbod tappen en slijten vanuit functioneel 1 soort verstrekmogelijkheid, horeca; gebruik ter plaatse en slijten; gebruik elders dan ter plaatse, maar ook de verbindingslokaliteiten tussen winkel en slijterij zijn daar voorbeelden van. De Alcoholwet heeft dus nog steeds enkele elementen om ook op het gebied van bouwkundige aspecten en indelingen bij te sturen. De komst van de omgevingswet probeert dit zoveel mogelijk onder één dak te scharen, zo zagen we een groot deel van het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet al sneuvelen.
Het aan huis mogen werken, een thema waar we ook mee te maken hebben, geeft juist ruimte om wel bepaalde activiteiten aan huis toe te staan, zonder dat de regels uit het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) dat onmogelijk maken, zie ook het Informatiepunt Leefomgeving, ‘Beroep of bedrijf aan huis’.
Lost de Alcoholwet het probleem op?
Uit de memorie van toelichting, vergaderjaar 2019-2020, 35 337, kom je wel uitgebreid de motivatie tegen om het online slijten te legaliseren en met name het leeftijdgrenzencontrolesysteem goed en sluitend wettelijk te verankeren. Als je via internet het slijtersbedrijf uitoefent mag je ook alleen sterke drank ten verkoop hebben. Over de fysieke slijterij (inrichting en slijtlokaliteit) wordt daarbij eigenlijk niet gesproken. Is dat bewust omdat men dacht dat de huidige wet afdoende regels had? of omdat de focus daar niet lag. Een korte opsomming van de kern van enkele relevante artikelen:
- Je moet een vergunning voor het uitoefenen van het slijtersbedrijf hebben;
- Slijtersbedrijf: de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse;
- Sterke drank: de drank, die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor vijftien of meer volumenprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn;
- Een vergunning is vereist voor iedere inrichting;
- De inrichting: de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend;
- Artikel 7:
- 1. een vergunning is vereist voor iedere inrichting;
- 2. geen vergunning wordt verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf of slijtersbedrijf anders dan in een inrichting;
- Slijtlokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van of samenvallend met een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse;
- Het is verboden een slijtlokaliteit gelijktijdig in gebruik te hebben voor het verrichten van andere bedrijfsactiviteiten dan die welke tot het slijtersbedrijf behoren dan wel toe te laten dat daarin zodanige activiteiten worden uitgeoefend.
- Het is verboden om bij het aanbieden en verstrekken van sterke drank in het kader van verkoop op afstand in de rechtmatige uitoefening van het slijtersbedrijf, gelijktijdig andere bedrijfsactiviteiten dan die welke tot het slijtersbedrijf behoren uit te oefenen.
- Het verboden is sterke drank te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse anders dan in een slijtlokaliteit die in een vergunning is vermeld.
De patstelling
De Alcoholwet is in de basis een volksgezondheidswet en ziet toe op verstrekken van alcoholhoudende dranken. Onder welke voorwaarden mag het verstrekt worden? Dat gaat over de eisen aan het pand (de inrichting en de slijtlokaliteit, eisen aan de betrokken personen (eigenaar, bestuurder, leidinggevenden) en aan wie mag het verstrekt worden. Bij de verkoop op afstand is er nog de beperking: alleen sterke drank en de vergunningplicht. De Alcoholwet regelt niet de locatie (omgevingsplan/bestemming) en niet de tijden van de verkoop, dat regelt de Winkeltijdenwet.
Uit alle bepalingen in de Alcoholwet komt geen expliciet bruikbaar handvat om het slijten vanuit een slijtlokaliteit tegen te houden, ook niet als het verstrekken aan particulieren aan huis is en ook niet als er andere ‘zaken’ in die (toch verplichtte) slijtlokaliteit staan.
Conclusie
De focus van de wetgever ligt op het gezondheidsaspect en geen verkoop van alcoholhoudende dranken aan 18-. Het technische deel en de bedoeling van het vergunningstelsel is dat er toezicht is in de winkel (inrichting-slijtlokaliteit) waar de dranken verstrekt worden aan particulieren. Dat is bij internetslijten vaak niet vanuit een slijtlokaliteit het geval, vandaar dat die variant wringt in de praktijk.
Er is, op basis van de Alcoholwet, geen grondslag voor weigeren op basis RO-bestemming-omgevingsplan. Dat kun je als gemeente de aanvrager direct melden; als we je aanvraag Alcoholwet in behandeling nemen, betaal je leges (gemeentelijke legesverordening) ook als je je vergunning niet krijgt. De vergunning Alcoholwet is nog niet afdoende om daar op die locatie er gebruik van te maken. We moeten immers als gemeente daarnaast op basis van de Omgevingswet het ruimtelijk spoor bewandelen.
Een garage (> 15 m²), als slijtlokaliteit, met een werkbank, auto, fietsen, en andere spullen lijkt een soort van schijnconstructie. De wet regelt heel strak wat er in een slijtlokaliteit mag en niet mag en deze verbiedt niet hoe de slijtlokaliteit ‘is ingericht’. Kunnen we spreken over een slijtlokaliteit of is het toch een situatie als bedoeld in art. 27, eerste lid onder b: redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvrage vermelde in overeenstemming zal zijn.
Mag het uitoefenen van het slijtersbedrijf door verkoop op afstand alleen vanuit een vergunde en als zodanig in gebruik zijnde inrichting? Het is voor meerdere uitleg vatbaar en wordt lokaal besloten. We houden de ontwikkelingen en jurisprudentie in de gaten.