Achtergrond casus
In deze zaak stond een geschil centraal tussen een exploitant van een naturistencamping en haar buren in de gemeente Eersel. De campinghoudster stelde dat zij sinds de opening van de camping in mei 2023 structureel ernstige overlast ervaarde van de naastgelegen bewoners. Volgens haar ging het om onder meer luidruchtige radio’s in de buitenlucht, het langdurig gebruik van grasmaaiers en bladblazers aan de erfgrens en intimiderend gedrag richting haar gasten.
Ondanks herhaalde meldingen bij de politie en de gemeente, wezen de burgemeester en het college van B&W (hierna: de gemeente) haar verzoek om handhavend op te treden af. Het verzoek was gebaseerd op artikel 2:79 (woonoverlast) en artikel 4:5b (geluidhinder in de openlucht) van de Algemene Plaatselijke Verordening Eersel 2023 (hierna: APV).
Volgens de gemeente was er geen sprake van een overtreding. Bij negen controlebezoeken door gemeentelijke toezichthouders en één geluidsmeting door de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant waren geen overschrijdingen van de geluidsnormen geconstateerd. De campinghoudster vond dit onvoldoende en ging in beroep bij de rechtbank.
Oordeel van de rechter
De rechtbank gaf de campinghoudster gelijk: het besluit van de gemeente was onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.
De gemeente had zich te sterk gebaseerd op de bevindingen van een enkele geluidsmeting en enkele korte controlebezoeken. Volgens de rechtbank zegt een geluidswaarde op één meetmoment echter weinig over de werkelijke hinderbeleving. De rechter benadrukte dat bij de beoordeling van ernstige en herhaalde hinder niet alleen de geluidssterkte van belang is, maar ook de aard, ernst, duur, frequentie en het vermijdbare karakter van het geluid.
“Dat tijdens de controlebezoeken geluid van een radio hoorbaar was en dat bij de geluidsmeting het geluid binnen de normwaarden bleef, zegt niets over de duur en frequentie van dit geluid,” aldus de rechtbank.
“Zonder nader onderzoek kan niet worden vastgesteld of sprake is van hinder in de zin van artikel 2:79 en 4:5b van de APV.”
De gemeente had volgens de rechtbank daarom moeten overwegen om meerdere metingen op verschillende tijdstippen uit te voeren en eventueel onaangekondigd. Ook had zij de verklaringen van campinggasten en eerdere overlastmeldingen moeten betrekken bij haar beoordeling. Omdat dit niet is gebeurd, is het besluit genomen in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is bepaald dat een besluit moet berusten op een deugdelijke motivering.
Wat betreft het grasmaaien en het gebruik van bladblazers oordeelde de rechtbank dat dit in beginsel als normaal tuinonderhoud geldt, tenzij sprake is van excessief of onnodig gebruik, wat hier niet was aangetoond. De klacht over het begluren en uitschelden van gasten speelde inmiddels niet meer en bleef buiten beschouwing.
Conclusie en betekenis voor de praktijk
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van de gemeente Eersel. De gemeente moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak en beter motiveren of handhaving al dan niet op zijn plaats is. Daarnaast werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht (€371) en de proceskosten (€1.814).
Deze uitspraak is van belang voor de handhavingspraktijk bij gemeenten. Zij onderstreept dat het begrip ernstige en herhaalde hinder een brede en feitelijke beoordeling vergt. Een enkele meting of kortdurende inspectie is onvoldoende wanneer omwonenden structurele overlast melden. Gemeenten doen er goed aan om bij geluidsoverlastklachten; herhaald, op verschillende tijdstippen en onaangekondigd te controleren en te meten. Meldingen, verklaringen en contextuele factoren (zoals tijdstippen, duur en herhaalbaarheid) moeten worden meegewogen. Zorgvuldig motiveren vereist dus een volledig en grondig feitenonderzoek en een deugdelijke onderbouwing.