Gemeenten hanteren daarbij meestal de insteek: mogelijk maken waar dat kan, en regelen waar dat nodig is. Herdenkingen en optochten zijn vormen van samenkomsten in de openbare ruimte die een bijzondere positie innemen en vaak maatwerk vereisen. We schetsen daarom eerst de basisrechten en daarna het maatwerk, afhankelijk van het type activiteit, de intentie, de wijze van uitvoering en het gedrag van deelnemers.
Basisbeginselen betogingen verankert in wet- en regelgeving
Goed te weten is dat er een aantal basisprincipes zijn die iedereen het recht geven zich te uiten middels een betoging. Het recht op betoging is vastgelegd in artikel 11, eerste lid van het EVRM (Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) en artikel 9, eerste lid van de Grondwet (Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden van 24 augustus 1815).
Uit artikel 11, tweede lid, van het EVRM, volgt dat een beperking van het recht op betoging alleen is toegestaan als de beperking is voorzien bij de wet en die beperking in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
De Wet openbare manifestaties (Wom)
De Wom regelt (beschermd) drie grondrechten:
- Het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging (artikel 6 Grondwet);
- Het recht tot vergadering (artikel 9 Grondwet);
- Het recht tot betoging (artikel 9 Grondwet).
De burgemeester heeft de taak om deze manifestaties te beschermen en te faciliteren. De Wom biedt hem echter ook bevoegdheden om deze bijeenkomsten tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging, vergaderingen en betogingen, onder strikte voorwaarden, te beperken of zelfs te verbieden of te beëindigen.
Vallen de herdenking en optocht onder de reikwijdte van de Wom?
We moeten eerst kijken welke definities de Wom hanteert. Daar wordt het al even wat lastiger: de herdenking en de optocht als zodanig worden daarin niet specifiek benoemd, maar de term ‘openbare plaats’ wel. In dit speelveld komen veel verschillende termen voor, waarbij juist de termen betoging en demonstatie in de praktijk vaak de meeste vragen oproepen
Manifestatie
Het begrip ‘manifestatie’ in de zin van de Wom is een verzamelbegrip. Daaronder vallen de volgende drie soorten manifestaties:
- De godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomst:
- De vergadering: het bijeenkomen van mensen waartussen een onderlinge band aanwezig is die door de deelnemers bewust is beoogd en gericht op interne menings- en besluitvorming.
- De betoging: een meningsuiting van een collectief (twee of meer personen) in het openbaar:
- Een tegendemonstratie is ook een betoging;
- Als bij een (tegen)demonstratie de meningsuiting op de achtergrond raakt en andere elementen – zoals feitelijke dwang – overheersen, dan valt zij niet meer onder de bescherming van artikel 9 Grondwet en is de Wom dus niet van toepassing
- Een zogenoemde ‘eenmensactie’ waarbij één persoon in het openbaar een mening uit, valt niet onder de Wom. Een eenmensactie wordt beschermd door het recht op vrijheid van meningsuiting zoals is neergelegd in artikel 7 Grondwet.
Kennisgevingplicht
Omdat godsdienst, levensovertuiging, vergadering en betoging grondrechten zijn, is er geen vergunningenstelsel, maar wel een kennisgevingplicht. Manifestanten hebben geen toestemming nodig voor het houden van een manifestatie. Wel zijn zij verplicht om een manifestatie op een openbare plaats voorafgaand bij de burgemeester aan te melden (zie artikelen 3 en 4 Wom in combinatie met de APV). De termijn voor het indienen van een kennisgeving verschilt per gemeente. De meeste gemeenten hanteren in hun APV een termijn van 48 uren.
De kennisgevingplicht is bedoeld:
- primair om de burgemeester in staat te stellen voldoende voorzorgsmaatregelen te treffen om de manifestatie te beschermen en te faciliteren;
- secundair om de burgemeester in staat te stellen om de manifestatie, indien noodzakelijk, te beperken of zelfs te verbieden.
Beperkende bevoegdheden van de burgemeester
De burgemeester beschikt over de volgende beperkende bevoegdheden bij een manifestatie op een openbare plaats:
- voorafgaand aan een manifestatie kan hij voorschriften en beperkingen stellen of, in een uiterst geval, een verbod geven (artikel 5 Wom);
- tijdens een manifestatie kan hij aanwijzingen geven (artikel 6 Wom) of, in een uiterst geval, de opdracht geven de manifestatie terstond te beëindigen (artikel 7 Wom).
Model APV
In de model APV (Algemene plaatselijke Verordening) is de mogelijkheid opgenomen om de herdenking en de optocht als een evenement te beschouwen. Dat kan alleen als ze niet vallen onder de reikwijdte en bepalingen van de Wom, welke als hogere wet boven de gemeentelijke verordening gaat.
Er is ook bewust gekozen om de herdenking, ondanks dat het geen vermaak is, en de optocht, ander gebruik openbare weg, toch onder het regime van het evenement te brengen. Het is voor de burgemeester en de diensten van belang tijdig te weten wat er zoal speelt aan activiteiten in de openbare ruimte, in en in de omgeving van een gemeente. Doel is dat het veilig kan plaatsvinden al dan niet onder voorwaarden en voorschriften en met oog voor de openbare orde, overlast en het leefklimaat. Artikel 2:10 APV wordt niet als geëigende/geschikte optie gezien voor herdenkingen en optochten
Conclusie
De herdenking en de optocht kunnen als reguliere evenementen behandeld worden in die gevallen dat er geen sprake is van activiteiten zoals bedoeld en beschreven in de Wom. Het kader daarbij kan door de raad worden bepaald middels o.a. de APV. De toets van de aanvraag en/of melding is daarbij zeer belangrijk.
Een herdenking en een optocht kunnen dus in een gemeentelijke verordening worden opgenomen als zijnde een evenement, mits de activiteit niet onder de uitzondering valt omdat het een betoging, samenkomst en/of vergadering is als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Of er een vergunningsplicht, meldingsplicht of regels gelden, kan ook lokaal worden bepaald.
Het kan soms schuren omdat het niet altijd zo duidelijk is wat men met de herdenking en of de optocht wil bereiken of uitdragen. Komt het in de buurt van de reikwijdte van o.a. de Wom, is het zaak via die bandbreedte de activiteit te duiden en te behandelen. In alle gevallen is het zaak goed door te vragen en of informatie te duiden om de juiste route te kunnen bewandelen en daarmee volgens de geest en bedoeling van de wetgeving te handelen. De burgemeester moet daarbij, gezien de taken en ervaringen rondom betogingen de laatste tijd, goed en zo tijdig mogelijk geïnformeerd worden. Toezicht kan bij de uitvoering een belangrijke rol spelen, zeker bij algemene regels. Let wel, bij betogingen zijn de informatiepositie, ervaringen met organisatoren en/of mogelijke toestroom deelnemers met andere bedoelingen, reden om eventueel op te schalen.