De Alcoholwet
De Alcoholwet bepaalt precies waar alcoholhoudende drank mag worden verkocht en aangeboden, en maakt daarbij een strikt onderscheid tussen slijten (verkoop voor gebruik elders dan ter plaatse door een slijtersbedrijf) en tappen (verstrekken voor gebruik ter plaatse door een horecabedrijf). Een horecabedrijf wordt in de Alcoholwet omschreven als “de activiteit in ieder geval bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse.” Dit mag uitsluitend in een horecalokaliteit die op de vergunning staat vermeld. Is het uitoefenen van het horecabedrijf met een Alcoholwetvergunning toegestaan, dan gelden vervolgens nog enkele strikte bepalingen over wat er binnen die vergunning wel en niet mag. Als al vooraf duidelijk is dat hieraan niet voldaan kan worden, moet de horecavergunning worden geweigerd. De gemeente heeft hierin geen beleidsruimte en kan ook geen belangenafweging maken.
Wat mag niet volgens de Alcoholwet?
Artikel 14, tweede, derde en vierde lid en artikel 15, eerste lid geven aan wat niet kan.
Artikel 14,
Tweede lid:
“Het is verboden een horecalokaliteit of een terras tevens in gebruik te hebben voor het uitoefenen van de kleinhandel of zelfbedieningsgroothandel of het uitoefenen van een van de in het derde lid genoemde activiteiten, dan wel toe te laten dat daarin zodanige handel wordt of zodanige activiteiten worden uitgeoefend, tenzij het betreft:
a. de verkoop van etenswaren die voor consumptie gereed zijn; of
b. oor pluggen, -dopjes of -stopjes die in de gehoorgang kunnen worden geplaatst ter bescherming van het gehoor.”
Derde lid:
“De in het tweede lid bedoelde activiteiten zijn:
a. het bedrijfsmatig aan particulieren verkopen van goederen in het kader van een openbare verkoping, als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen;
b. het bedrijfsmatig aanbieden van diensten, uitgezonderd diensten van recreatieve en culturele aard;
c. het bedrijfsmatig verhuren van goederen;
d. het in het openbaar bedrijfsmatig opkopen van goederen.”
Vierde lid:
“Onder diensten van recreatieve aard als bedoeld in het derde lid, onder b, wordt niet verstaan het aanbieden van kansspelen, met uitzondering van dit aanbod in inrichtingen als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen en het aanwezig hebben van speelautomaten als bedoeld in Titel Va van de Wet op de kansspelen.”
Artikel 15, eerste lid
“Het is verboden de kleinhandel of de zelfbedieningsgroothandel of een in artikel 14, derde lid, genoemde activiteit, uit te oefenen in een lokaliteit behorende tot een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, indien het publiek uitsluitend toegang heeft tot die lokaliteit door een lokaliteit te betreden waar alcoholhoudende drank aanwezig is.”
Kortom: het is verboden om een horecalokaliteit te gebruiken voor detailhandel of andere (dienstverlenende) activiteiten, behalve voor de verkoop van etenswaren die direct kunnen worden geconsumeerd. Bovendien geldt dat detailhandel en andere activiteiten alleen zijn toegestaan als deze zelfstandig bereikbaar zijn, dus zonder dat men eerst een horecalokaliteit hoeft te betreden.
Oók de Memorie van Toelichting geeft richting en uitleg
De memorie van toelichting geeft verdere duiding en richting bij de toepassing van de Alcoholwet. In 25 969 (vergaderjaar 1997–1998) is het verbod op de uitoefening van winkelnering in inrichtingen uitgebreid met enkele vormen van dienstverlening die veel voorkomen en waarbij, net als bij kleinhandel, het verleidingsmotief speelt. Kleinhandel mag wel plaatsvinden in een horeca-inrichting, mits dit niet gebeurt in een horecalokaliteit, maar in een andere lokaliteit die het publiek zelfstandig kan bereiken, zonder eerst een ruimte met alcoholhoudende drank te betreden. Deze wijziging maakte vele ontheffingen overbodig en leidde tot aanmerkelijke lastenverlichting voor bedrijfsleven en overheid.
In 32 022 (vergaderjaar 2008–2009) is het verbod op het verrichten van diensten in een horecalokaliteit aangepast. De memorie van toelichting wijst erop dat de wetgever het ongewenst vond dat bijvoorbeeld een postagentschap, reisbureau, kapper, ticketbureau of bank in een horecalokaal zou opereren. Tegelijk leidde de formulering tot praktische problemen, zoals het verbod op het schenken van alcohol in ruimtes waar recreatieve of culturele activiteiten plaatsvinden. Door diensten van recreatieve en culturele aard uit te zonderen van dit verbod, mogen bioscopen, theaters, schouwburgen, concertgebouwen, bowling- en biljartcentra nu bedrijfsmatig recreatieve spelen en culturele diensten aanbieden. Hierdoor wordt het ook mogelijk gemaakt dat recreatieve spelen worden aangeboden in een horecalokaliteit en dat in zalen waar recreatieve spelen worden gespeeld alcohol wordt geschonken. Het is echter niet gewenst dat in een horecalokaliteit kansspelen worden aangeboden, anders dan de al bestaande uitzondering voor speelautomaten in de Wet op de kansspelen.
Daarnaast betekent de wijziging van artikel 15, eerste lid, een verruiming van de mogelijkheden voor detailhandel in horecagelegenheden: detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan in een ruimte die kan worden bereikt via een ruimte met alcoholhoudende drank, mits er ook een rechtstreekse toegang tot die winkelruimte is. Hiermee kunnen horecabedrijven winkelruimtes creëren die niet uitsluitend via een horecalokaliteit bereikbaar zijn, wat hun commerciële mogelijkheden vergroot.
Conclusie
Conform de Alcoholwet geldt dat dienstverlening in een horecalokaliteit niet is toegestaan, behalve de expliciet genoemde diensten van recreatieve en culturele aard en mits deze activiteiten geen zelfstandige bezoekersstroom aantrekken of afwijken van het normale gebruik van de ruimte. In andere lokaliteiten binnen dezelfde inrichting mag dienstverlening wél plaatsvinden, mits deze direct bereikbaar zijn zonder dat bezoekers eerst door de horecalokaliteit hoeven te gaan. Naast de richtlijnen uit de genoemde memorie van toelichting geven ook twee uitspraken aanvullende duiding: ECLI:NL:RVS:2004:AO8501 (2004 – Den Haag, internetaansluitingen) en ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ4051 (2006 – Gilze-Rijen, kansspelautomaten).