Aanleiding
Uit de kamerbrief, d.d. 6 december 2024 van het ministerie van Justitie en Veiligheid komt het volgende naar voren: ‘De verslechterde internationale veiligheidssituatie maakt het noodzakelijk de weerbaarheid van de Nederlandse samenleving te verhogen. In het huidige tijdsgewricht, met een verslechterende veiligheidssituatie, ontkomen we er niet aan om een flinke stap extra te zetten. Met deze brief is een belangrijk begin gemaakt door inzichtelijk te maken wat die extra stap is waar we voor staan in het licht van militaire en hybride dreigingen, oftewel de weerbaarheidsopgave. Deze weerbaarheidsopgave bestaat uit het vergroten van zowel de maatschappelijke weerbaarheid als de militaire paraatheid. Hiermee zijn we er nog niet. Komende tijd is verdieping en uitwerking van de weerbaarheidsopgave nodig. Dit kan de overheid niet alleen. Hoewel de regie voor versterking van onze veiligheid bij de overheid ligt, is voor een veilige en weerbare maatschappij de inzet van iedereen nodig’.
Gemeenten cruciale rol naar inwoners
Oplopende spanningen, klimaatveranderingen en hybride dreigingen [1] vragen om weerbaarheid en veerkracht van de samenleving. Bij maatschappelijke weerbaarheid moet er gedacht worden aan het beperken of voorkomen van de impact van een bedreiging of risico. Kortom, het aanpassingsvermogen van personen om zich te beschermen tegen verstoringen. Maatschappelijke veerkracht gaat over het vermogen van de samenleving om na een crisis of ramp om te gaan met de nieuwe situatie. Het is een dynamisch proces waarbij samenwerking tussen verschillende gemeenschappen (bijv. buurtkernen) een belangrijk element is.
De gevolgen van deze crisissen worden lokaal gevoeld bij inwoners, instellingen en bedrijven. Gemeenten hebben een grote rol bij het versterken van de veerkracht en weerbaarheid, zowel tijdens de preventieve en als tijdens de nazorgfase. Zij staan immers het dichts bij de inwoners. Bovendien liggen bij gemeenten wettelijke taken tijdens crisissen, bijvoorbeeld de crisiscommunicatie.[2]
Deze handreiking is door de VNG samen met een aantal gemeenten en veiligheidsregio’s opgesteld.
De inhoud van deze handreiking is een opsomming van maatregelen, uitwerkingen, achtergrondinformatie, verwijzingen naar relevante hulpmiddelen, suggesties voor samenwerkingen en best practices op lokaal niveau. Met deze inhoud wordt er een basis aangeleverd die gemeenten kunnen vormen en aanvullen naar eigen behoeften.
In tabelvorm zijn 41 maatregelen opgesomd en geordend in 6 pijlers:
1) Eigen continuïteit
2) Crisisorganisatie
3) Vitale voorzieningen
4) Sociaal weefsel
5) Zelfredzaamheid van inwoners en organisaties
6) De samenleving als overkoepelend systeem
De benoemde maatregelen in de tabel omvatten veel onderwerpen, van stroomvoorzieningen en afspraken met de afvalketen tot de publieke gezondheidszorg. Bij elke maatregel staat aangegeven in welke fasen de maatregelen behulpzaam is. Dit kan zijn tijdens de koude fase (de voorbereidingsfase), de (eerste) warme fase (de eerste 72 uur), de warme fase (na 72 uur) en/of de nafase (de herstelfase). Daarnaast staat in een kolom aangeven wie er eindverantwoordelijk is, bijvoorbeeld de gemeente of drinkwaterbedrijven. De laatste kolom bevat de samenwerkingspartners, bijvoorbeeld veiligheidsregio’s, ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, ministerie van Justitie en Veiligheid, vrijwilligers en woningcorporaties.
In het daaropvolgende hoofdstuk zijn best practices voorbeelden en ondersteunende hulpmiddelen opgenomen die gemeenten kunnen gebruiken bij de eigen invulling. Hierna is er een kort hoofdstuk over eerder geleerde lessen die inzicht hebben gegeven in eerdere crisissen, bijvoorbeeld de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne. In het laatste hoofdstuk worden contactgegevens gedeeld om in contact te komen als gemeenten met de VNG als zij aan de slag willen met deze handreiking of om goede ideeën uit te wisselen.
Voetnoten:
[1] Het beschrijft overkoepelend het geheel van verschillende tactische componenten om de vijand te destabiliseren en te verslaan door een combinatie van conventionele oorlogsvoering, irreguliere oorlogsvoering en niet-militaire acties.
[2] Nederland moet goed voorbereid zijn en blijven, op risico’s en dreigingen in de toekomst. Daarom maken de Rijksoverheid en de veiligheidsregio’s samen plannen om ervoor te zorgen dat de Nederlandse samenleving goed weerbaar is. In de Landelijke Agenda Crisisbeheersing staan de plannen om dit in de komende jaren te bereiken.