Definiëren van een ernstige verstoring van de openbare orde is complex. Voor de hand liggend is dat situaties als het blokkeren van een snelweg, de avondklokrellen en vernielingen rondom een asielzoekerscentrum worden geschaard onder ernstige verstoringen van de openbare orde, maar hoort overlast van een demonstratie daar ook onder? Het wetsvoorstel is niet bedoeld om in te grijpen bij het organiseren, deelnemen, plaatsvinden of op een andere manier van demonstraties. De mogelijke overlast die een demonstratie met zich mee kan brengen moet geduld worden tot op zekere hoogte. Als een demonstratie grotendeels een gewelddadig karakter krijgt, er ontstaan rellen of er worden strafbare feiten gepleegd, kan dit worden gezien als ernstige verstoring van de openbare orde waardoor de bevoegdheden uit het wetsvoorstel wel ingezet kunnen worden. Een ernstige verstoring of dreiging daarvan is dus afhankelijk van de tijd, plaats en context. Andere kenmerken die van belang kunnen zijn, zijn de omvang van de verstoring, de onrechtmatigheid van het handelen (worden er strafbare feiten gepleegd, maar ook het gevaar voor de veiligheid en gezondheid van mensen en substantiële materiële schade.
Huidige beeld
Deze verstoringen ontstaan steeds vaker online of worden daar versterkt en aangejaagd. Veel informatie over de ernstige verstoring is dus online te vinden, wat er gaande is of wat er mogelijk gaat gebeuren. De voorgestelde bevoegdheden geven de burgemeester en de politie de mogelijkheid meer zicht te krijgen op ernstige verstoringen van de openbare orde binnen de gemeente waardoor zij adequatere maatregelen kunnen treffen om dit te beëindigen of te voorkomen.
De voorgestelde bevoegdheden inzetten bij ernstige verstoringen is onderdeel van de politie om de openbare orde daadwerkelijk te handhaven op basis van artikel 3 van de Politiewet 2012. Hiervoor zijn persoonsgegevens die met de uitoefening van de bevoegdheden worden verkregen, politiegegevens zoals aangeven in artikel 1, onder a, van de Wet politiegegevens.
Op dit moment krijgen de burgemeester en politie onvoldoende ruimte om informatie te verzamelen op basis van artikel 9 van de Wet politiegegevens. Op basis van de Wet politiegegevens kan de politie onderzoek verrichten ter handhaving van de openbare orde in publiek toegankelijke bronnen, zolang daarmee een niet meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt gedaan. Kort gezegd, de politie moet stoppen met het vergaren van gegevens zodra de beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is bereikt. Dit is snel het geval als persoonsgegevens (door middel van kopiëren) naar het politiesysteem worden overgezet waarna het online onderzoek niet meer vervolgd mag worden. Daarbij zijn er online niet alleen gegevens van feitelijke aard te vinden maar ook persoonlijke gegevens over geloof, gedrag, meningen, voorkeuren, gevoelens en sociale contacten. Deze gegevens zijn dusdanig met elkaar verbonden dat het lastig onderzoek doen is voor de politie. Het verstoren van de openbare orde ontstaan en ontwikkelen immers door het handelen van (meerdere) personen.
Het wetsvoorstel
De twee bevoegdheden die de burgemeester erbij krijgt als het wetsvoorstel wordt goedgekeurd zijn enerzijds uit publiek toegankelijke bronnen overnemen van persoonsgegevens en anderzijds het volgen van personen waarbij het aannemelijk is dat zij een substantiële rol hebben bij de ernstige verstoring.
Dit wetsvoorstel heeft gevolgen voor de gehele samenleving doordat er een (meer dan beperkte) inbreuk kan worden gemaakt op de persoonlijke sfeer van betrokkene(n). De burgemeester die verantwoordelijk is voor en drager van het gezag over het optreden van de politie in het kader van de handhaving van de openbare orde in de gemeente, kan hiertoe opdracht geven. De politie zal deze opdracht moeten uitvoeren aangezien zij belast zijn met de feitelijke handhaving van de openbare orde onder de burgemeester. Een opdracht kan zijn, informatie vergaren uit publiek toegankelijke bronnen van persoonsgegevens over (dreigende) ernstige verstoringen van de openbare orde.
Deze bevoegdheden kunnen burgers aantasten in hun persoonlijke leven waardoor de waarborging van de grondrechten in het geding kan komen. Iemands persoonlijke leven bestaat uit de dagelijkse gewoonten, verplaatsingen, activiteiten maar ook verblijfplaats (permanent of tijdelijk), sociale contacten en kringen waarin iemand zich verkeert. Om de grondrechten van de burgers te blijven beschermen zal voorafgaand aan het inzetten van de bevoegdheden een onafhankelijke toets worden gedaan door de rechter-commissaris daarnaast zal er een speciaal team voor de verwerking van deze persoonsgegevens worden aangesteld.
Hoe nu verder?
Zoals aangegeven staat het wetsvoorstel nu online voor consultatie. Hiermee wil het ministerie inzicht krijgen in de ideeën van de samenleving en bekijken of het realiseerbaar is in de praktijk. Burgers, instellingen en bedrijven hebben tot 12 september om te reageren op de conceptversie. In de bijgevoegde memorie van toelichting wordt nader toegelicht hoe de reacties/resultaten worden geïmplementeerd in het wetsvoorstel. Na 12 september zal het wetsvoorstel aan de ministerraad worden voorgelegd.