De praktijk: gedeeld gebruik van maatschappelijke ruimtes
Het combineren van functies in één gebouw is een trend: sportverenigingen, buurthuizen en onderwijsinstellingen werken samen om ruimtes optimaal te benutten. Deze combinatie is voor kinderen tenslotte een mogelijkheid om kennis te maken met sport. In sommige gevallen betekent dit dat een buitenschoolse opvang wordt gehuisvest in een sportkantine, die ook beschikt over een Alcoholwetvergunning. Ondanks de gedachte dat deze combinatie efficiënt en maatschappelijk verantwoord lijkt, roept dit (terecht) vragen op. De opvang van kinderen in een ruimte waar alcoholverkoop plaatsvindt, wringt.
Van alle markten thuis?
De gemeente draagt als lokaal bestuurder een brede verantwoordelijkheid. Binnen het sociaal domein, het fysieke domein en het bestuursrechtelijk toezicht heeft zij zowel wettelijke taken als beleidsvrijheid. In de praktijk vervult de gemeente verschillende rollen:
- zij bepaalt beleid op terreinen zoals lokale gezondheidszorg, accommodatiebeleid, alcoholpreventie en -handhaving, en regelgeving rondom paracommerciële instellingen;
- zij verleent vergunningen op basis van onder meer de Alcoholwet en voor kinderopvanglocaties;
- zij houdt toezicht via onder andere de GGD en lokale toezichthouders;
- zij heeft een voorbeeldfunctie, waarbij integriteit, een moreel kompas, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de geest van de Wet open overheid leidend zijn.
Deze veelheid aan rollen maakt het lastig om eenduidig tot een oordeel of besluit te komen over het huisvesten van buitenschoolse opvang in een sportkantine. Verschillende opgaven en wetten sluiten niet altijd goed op elkaar aan. Dit vraagt om een integrale aanpak en een zorgvuldige afweging van belangen, voor zover de wetgeving dat toestaat.
Toezichtstaken uitgelicht
Toch stopt het daar niet, want juist in dit soort situaties komt de toezichthoudende rol van de gemeente in beeld. Zo is de gemeente, samen met de GGD, verantwoordelijk voor de toelating en het toezicht op kinderopvanglocaties onder de Wet kinderopvang. Dat betekent onder meer controleren op kwaliteit en veiligheid én handhaven op basis van GGD-inspectierapporten. Tegelijkertijd rust er een bredere maatschappelijke zorgplicht op de gemeente: ze waakt over publieke gezondheid, beschermt minderjarigen via jeugd- en onderwijsbeleid en let op een zorgvuldige ruimtelijke inrichting van de omgeving (met Evenwichtige Toedeling Functie Aan Locatie als kompas).
Een belangrijk thema waar die maatschappelijke verantwoordelijkheid terugkomt, is het alcoholgebruik onder jongeren. Dat onderwerp staat volop in de maatschappelijke en politieke belangstelling. Gemeenten worden via wetgeving en landelijke akkoorden nadrukkelijk gevraagd om hierin hun rol te pakken. Zo is het opstellen van een preventie- en handhavingsplan alcohol verplicht op basis van de Alcoholwet én wordt via het Nationaal Preventieakkoord, het GALA-akkoord (Gezond en Actief Leven Akkoord) en de recent gelanceerde ‘Samenhangende preventiestrategie’ van gemeenten verwacht dat zij actief bijdragen aan het terugdringen van alcoholgebruik onder jongeren. Daarin zijn bijvoorbeeld afspraken opgenomen met producenten en verstrekkers over het beperken van alcoholmarketing op plekken waar jongeren komen.
En dan is er nog de Alcoholwet zelf die duidelijk is: het aanbieden van buitenschoolse opvang in een horecalokaliteit is verboden, ook als er geen alcoholhoudende drank wordt geschonken. De burgemeester verleent vergunningen, handhaaft bij overtredingen en de raad stelt het paracommerciële beleid vast. Daarbij spelen ook de statuten van sportverenigingen, het omgevingsplan, subsidievoorwaarden en belastingregels een rol.
Kortom: buitenschoolse opvang in een sportkantine met een Alcoholwetvergunning is een flinke puzzel waarin wetten, belangen en beleidsdoelen samenkomen. Gemeenten moeten bij dit soort aanvragen dus verder kijken dan alleen de beschikbaarheid van de ruimte. Juist omdat gemeenten meerdere petten op hebben is het belangrijk hier bewust en zorgvuldig mee om te gaan.
Oplossing
Tegelijkertijd is het belangrijk om oog te houden voor de bredere context. Ontwikkelingen die maatschappelijk wenselijk zijn, zoals het efficiënt gebruiken van voorzieningen of het verbeteren van de toegankelijkheid van kinderopvang vergen passend en toepasbaar maatwerk. Er zijn, naast een eventuele wetswijziging, haalbare oplossingen voor leegstand en betaalbare kinderopvang.
De meest praktische en juridisch houdbare oplossing is om een buitenschoolse opvang te vestigen in een ruimte die níet als horecalokaliteit is opgenomen in de Alcoholwet, bij voorkeur met een eigen ingang zodat er geen gebruik hoeft te worden gemaakt van de horecaruimte. Een andere denkbare optie lijkt het scheiden van functies in de tijd, bijvoorbeeld door de ruimte op verschillende momenten voor verschillende doeleinden te gebruiken. Daarvoor is formeel een wetswijziging nodig. Tot die tijd vraagt dit vraagstuk om een goede belangenafweging en maatwerk.