Tot een paar jaar geleden was het duidelijk: horecabedrijven die alcoholhoudende drank schenken moeten voldoen aan specifieke inrichtingseisen, waaronder het hebben van tenminste twee toiletgelegenheden. Die regels stonden zwart-op-wit in artikel 7 van het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet. Maar sinds de invoering van de Alcoholwet in 2021 én het vervallen van het oude Bouwbesluit 2012 (per 1 januari 2024 vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl)), is er iets opvallends aan de hand: de regels over het aantal toiletgelegenheden lijken verdwenen…
Nieuwe wetten, minder regels?
Wie tegenwoordig de Alcoholwet en het Bbl doorspit op zoek naar toileteisen voor horecabedrijven, komt van een koude kermis thuis. Er worden geen concrete eisen gesteld aan het aantal toiletten voor gasten. Alleen het mindervalidentoilet komt nog expliciet terug in de regelgeving, en dan alleen bij nieuwbouw of verbouw en vanaf een minimum aantal per m2 (zie § 4.6.2. Toegankelijkheidssector van het Bbl):
- Bij bijeenkomstfuncties waar géén alcoholhoudende drank wordt geschonken is een mindervalidentoilet verplicht bij meer dan 400 m² gebruiksoppervlak.
- Bij bijeenkomstfuncties waar alcoholhoudende drank wordt geschonken is een mindervalidentoilet verplicht bij meer dan 150 m² gebruiksoppervlak.
- Kleinere horecabedrijven, onder deze oppervlaktes, hoeven wettelijk geen enkel toilet te hebben; dus ook géén mindervalidentoilet.
Daarmee lijkt er een verschuiving plaats te hebben gevonden; waar voorheen strikte normen golden over het aantal toiletgelegenheden zijn nu alleen nog algemene richtlijnen voor mindervalidetoiletten over.
De Koninklijke Horeca Nederland (KHN) bevestigt deze verschuiving. Op hun website geven ze aan dat er sinds 1 januari 2024 voor bijeenkomstfuncties (zoals horeca) geen aanvullende wettelijke regels meer zijn voor het aantal ‘reguliere’ toiletten. Dat geldt zowel voor bedrijven mét als zonder Alcoholwetvergunning.
Wat zegt de arbeidswetgeving?
Voor personeel gelden nog wél regels. Het Arbobesluit schrijft voor dat er voldoende toiletten moeten zijn, gescheiden naar sekse. Hoeveel precies? Dat wordt niet duidelijk omschreven. De werkgever moet zorgen voor ‘voldoende’ voorzieningen. Iets wat in de praktijk ruimte laat voor interpretatie.
In hoeverre is dit een gewenste ontwikkeling?
Er is géén centrale, landelijke norm meer voor het aantal toiletten dat een horecagelegenheid moet hebben. Alleen het mindervalidentoilet en het toilet voor personeel is nog wettelijk verankerd. Wat vinden GHOR-GGD en belangenverenigingen daarvan én wat is de reden voor deze schrapping? We zijn benieuwd naar jullie mening en/of vragen naar aanleiding van dit artikel.