Je exploiteert een chocolaterie en ontvangt dagelijks klanten die genieten van jouw ambachtelijke producten. In een sfeervolle ruimte geef je workshops waar klanten zelf aan de slag gaan met chocolade. Tot nu toe gebruik je deze ruimte vooral daarvoor, maar er blijft één vraag knagen: “Kan ik hier niet méér mee?” Je krijgt namelijk steeds vaker verzoeken van klanten… Of ze na een workshop nog even kunnen borrelen. Of dat je een chocoladeproeverij kunt organiseren in combinatie met een goed glas wijn. Dit klinkt aantrekkelijk, maar mag dit eigenlijk wel?
Dé vraag van juni is dan ook: mag zo’n ondernemer, die geen horeca- of slijtersbedrijf uitoefent, alcoholhoudende drank schenken tijdens proeverijen en workshops in zijn chocolaterie?
Lang verhaal kort
Nee, dat kan niet. De kern is: detailhandel en horeca mogen volgens de Alcoholwet niet in dezelfde ruimte plaatsvinden.
In een chocolaterie wordt (vanzelfsprekend) chocolade gemaakt en verkocht. Dit is, naast bereiding (Warenwet), detailhandel. Het schenken van alcoholhoudende dranken voor consumptie ter plaatse valt onder horeca-activiteiten. Deze functies moeten van elkaar gescheiden zijn. In dezelfde ruimte c.q. lokaliteit mogen ze niet tegelijk plaatsvinden.
Wat kan wél?
Als de ondernemer over een aparte lokaliteit beschikt van 35 m² óf groter, kan er meer (zie art. 10 van de Alcoholwet). De ondernemer komt dan (mogelijk) in aanmerking voor een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet. Deze vergunning is namelijk noodzakelijk om het horecabedrijf uit te kunnen oefenen. Artikel 14 van de Alcoholwet is dan een aandachtspunt; het is namelijk verboden om de kleinhandel, de zelfbedieningsgroothandel óf een andere in artikel 14 van de Alcoholwet genoemde activiteit uit te oefenen in een horecalokaliteit. Artikel 15 van de Alcoholwet regelt ook nog dat je niet slechts via de horecalokaliteit in de winkel kunt komen. Je moet ook direct in de winkel kunnen komen, zonder door de horecalokaliteit te moeten.
Naast de restricties van de Alcoholwet komt het Omgevingsplan om de hoek kijken. De bestemming van het pand (zie het desbetreffende Omgevingsplan) moet horeca-activiteiten toestaan. Let wel, dit betreft géén weigeringsgrond voor de Alcoholwetvergunning. Ook moet de inrichting, naast de inrichtingseisen uit artikel 10 van de Alcoholwet, voldoen aan de bouwkundige eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) én is er mogelijk ook een exploitatievergunning van de gemeente nodig. Dit laatste verschilt per gemeente.
Alternatief: incidentele proeverijen
Een incidentele proeverij kan ook plaatsvinden in een al vergunde horecabedrijf. Dat is eenvoudiger: je hebt dan geen aparte lokaliteit en vergunning nodig. Dit is een praktische optie als de proeverijen bijvoorbeeld maar enkele keren per jaar plaatsvinden.