Casus
Op 24 oktober 2024 heeft de vergunninghouder een aanvraag ingediend bij de gemeente voor het organiseren van een muziek/carnavals-evenement. Dit evenement zou plaats gaan vinden op 4 maart 2025 van 13.00 uur tot 21.00 uur ter gelegenheid van de carnavalsafsluiting. Op 23 december 2024 is de evenementenvergunning verleend onder voorwaarden. De verzoekers in deze zaak zijn het hier niet mee eens omdat “zij (kortgezegd) van mening zijn dat de vergunning is verleend in strijd met het geldende beleid van de gemeente’’. De verzoekers verzoeken dan ook de voorzieningenrechter om de vergunning te schorsen.
Oordeel van de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter buigt zich over de vraag of de vergunning is afgegeven in overeenstemming met het evenementenbeleid van de betreffende gemeente. De locatie van het betreffende evenemententerrein is aangemerkt als evenementenlocatie in het beleid. Hier gelden een aantal normen zoals o.a. op gebied van tijden, aantal bezoekers, wel of niet plaatsen van een podium en geluid. Specifiek staat over dit laatste vermeld dat het betreffende plein met name geschikt is voor evenementen zonder luidruchtig karakter, geluidsnormen: maximaal 70 dB(A) en 85 dB(C) op de dichtstbijzijnde gevel van een geluidgevoelig object.
Indieningstermijn
De verzoekers stellen dat de vergunning niet tijdig is aangevraagd. De voorzieningenrechter overweegt dat vaststaat dat de aanvraag niet minimaal 26 weken voorafgaand aan het evenement is ingediend. Dit betekent echter, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, niet dat de aanvraag ook buiten behandeling moet worden gelaten. “Nu het evenement reeds meerdere jaren heeft plaatsgevonden en dus bekend is bij de burgemeester, het bijna 5 maanden voorafgaand aan de beoogde datum voor het evenement is ingediend, het een risico-categorie A-evenement betreft én er tot op heden geen enkele klacht is ingediend tegen de voorgaande edities van het evenement, heeft zij op goede gronden besloten de aanvraag toch in behandeling te nemen ondanks de overschrijding van de in het beleid opgenomen indieningstermijn. Hierbij weegt mee dat de belangen van verzoekers niet zijn geschaad, nu tegen het besluit de gebruikelijke rechtsmiddelen zijn aan te wenden en zo nodig ook om een voorlopige voorziening kan worden verzocht, wat verzoekers ook hebben gedaan.”
Geluidsnormen
Naast de indieningstermijn zag het bezwaar ook op dat er sprake zou zijn van een ‘luidruchtig evenement’ dat op deze locatie niet zou kunnen plaatsvinden volgens het evenementenbeleid omdat de geluidsproductie van het evenement hoger is dan is toegestaan. De voorzieningenrechter oordeelt dat omdat in het evenementenbeleid staat dat op deze locatie in beginsel geen luidruchtige evenementen zijn toegestaan, afwijking hiervan vraagt om een gedegen motivering. Die motivering ontbreekt nu in het besluit.
De voorzieningenrechter overweegt met betrekking tot de te hoge geluidsproductie dat “uit de aanvraag volgt dat de geluidsbelasting 75 dB(A) bedraagt en dat het evenement 90 dB(C) produceert, waarmee de in het evenementenbeleid toegestane geluidsproductie wordt overschreden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gemeente zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat in dit geval van de (geluids-) normen van het evenementenbeleid kon worden afgeweken vanwege het feit dat op grond van de APV de carnavalsdinsdag is aangewezen als collectieve feestdag waarop de geluidsnorm van het gemeentelijk omgevingsplan niet geldt, er slechts een overschrijding is met 5 dB (A/C), er enkel sprake is van versterkte muziek tussen 13.00 en 20.11 uur en er monitoring van de geluidsbelasting plaatsvindt, zodat bij overschrijdingen zo nodig handhavend kan worden opgetreden. De gemeente heeft daarmee voldoende gemotiveerd waarom op dit punt van het beleid wordt afgeweken”.
In conclusie, de voorzieningenrechter wijst het verzoek af waardoor het carnavalsevenement uiteindelijk toch door mag gaan. Het belang om carnaval te vieren weegt volgens de voorzieningenrecht (blijkbaar) erg zwaar.