Wettelijk kader
In Nederland is een verkeersbesluit een besluit van een wegbeheerder om een bepaald verkeersteken te plaatsen, te wijzigen of in te trekken of een bepaalde fysieke maatregel te treffen. De verplichting tot het nemen van een verkeersbesluit is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Een wegbeheerder, zoals de gemeente, dient zich in Nederland te houden aan de geldende regels voor het plaatsen van verkeerstekens, die zijn vastgelegd in het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften.
Wegenverkeerswet 1994
Artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994 bepaalt dat de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, geschiedt krachtens een verkeersbesluit. Artikel 18 van de WVW 1994 bepaalt dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten ligt bij de wegbeheerder, meestal de gemeente, maar in sommige gevallen de provincie of het Rijk.
BABW
Het BABW (paragraaf 4, 5 en 6) vult aan dat verkeersmaatregelen die de feitelijke toestand van de weg wijzigen, zoals wegafsluitingen of rijrichtingswijzigingen, ook een verkeersbesluit vereisen. Dit verkeersbesluit moet worden gemotiveerd en gepubliceerd, waarbij belanghebbenden de mogelijkheid hebben om bezwaar te maken.
Uitzonderingen BABW
Artikel 34
Gelet op dit artikel, aanhef en onder a, van het BABW kan het college in geval van een dringende omstandigheid van voorbijgaande aard voor de duur van die omstandigheid verkeerstekens als bedoeld in artikel 12 plaatsen en maatregelen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 uitvoeren.
Artikel 35
In dit artikel is bepaald dat de plaatsing van verkeerstekens en het uitvoeren van maatregelen, bedoeld zoals in artikel 34, kunnen geschieden zonder een daaraan ten grondslag liggend verkeersbesluit.
Artikel 37
In dit artikel is bepaald dat in afwijking van artikel 35 de tijdelijke plaatsing en de tijdelijke maatregel geschieden krachtens een verkeersbesluit, indien de omstandigheden die tot de tijdelijke plaatsing of tot de tijdelijke maatregel leiden van langere duur zijn dan vier maanden dan wel zich regelmatig voordoen.
Wanneer is er sprake van een dringende omstandigheid van voorbijgaande aard, zoals genoemd in artikel 34 BABW? Dat is afhankelijk van het geval.
Jurisprudentie
Uit de volgende uitspraken van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2018:3625 / ECLI:NL:RVS:2022:2467 blijkt dat gemeenten dus mogen afzien van het nemen van een verkeersbesluit bij evenementen, wanneer er sprake is van dringende omstandigheden van voorbijgaande aard én kortdurende verkeersmaatregelen. Wanneer de verkeersmaatregelen langer dan vier maanden duren of regelmatig terugkeren, dient alsnog een verkeersbesluit te worden genomen. Dit zorgt er enerzijds voor om voldoende rechtsbescherming te bieden voor het geval een tijdelijke maatregel als te belastend wordt ervaren en anderzijds de
bestuurslasten voor de betrokken wegbeheerders te beperken.
In beide gevallen ging het om een tijdelijk parkeerverbod voor de duur van tien en elf uur en was de noodzaak voor het instellen van het parkeerverbod, zonder een verkeersbesluit, ten behoeve van de veiligheid gerechtvaardigd.
Dat er geen verkeersbesluit hoeft te worden genomen, ontslaat de desbetreffende wegbeheerder echter niet van de verantwoordelijkheid, om voor het instellen van de verkeersmaatregel overleg te voeren met de politie en belanghebbenden tijdig te informeren.
In de praktijk
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het nemen van verkeersbesluiten en dienen bij evenementen te beoordelen of een verkeersbesluit noodzakelijk is. Een verkeersbesluit dient altijd te worden genomen, tenzij er sprake is van een dringende omstandigheid van voorbijgaande aard en kortdurende maatregelen. De verkeersdeskundige van de gemeente is verantwoordelijk voor de beoordeling en dient af te stemmen met de politie.
Belangrijke stappen hierbij zijn:
1. Inventarisatie van de te nemen verkeersmaatregelen: worden er borden geplaatst, wegen afgesloten en/of omleidingen ingesteld?
2. Beoordeling van de te nemen verkeersmaatregelen door de verkeersdeskundige van de gemeente in afstemming met de politie.
3. Is er sprake van een omstandigheid die zich vaker voordoet, of wel is er sprake van enige regelmaat?
4. Besluiten wel of geen verkeersbesluit te nemen en dit besluit goed te onderbouwen.
5. Omwonenden en belanghebbenden informeren over de te nemen verkeersmaatregelen.
Of een verkeersbesluit noodzakelijk is voor een evenement hangt dus af of het gaat om een dringende omstandigheid, de aard van de verkeersmaatregelen en de duur van het evenement en de te nemen maatregelen. Ook dient er te worden beoordeeld of er sprake is van enige regelmaat. In de praktijk zien we vaak dat er in het proces van vergunningverlening bij evenementen, geen tijd is om apart het gehele proces van het verlenen van een verkeersbesluit te doorlopen. Daarom wordt vaak gekozen voor het treffen van de verkeersmaatregelen ten behoeve van de veiligheid op de weg, zonder verkeersbesluit. Het college van burgemeesters en wethouders is bevoegd uiteindelijk te beslissen met voldoende onderbouwing om de verkeersmaatregelen uit te voeren met of zonder verkeersbesluit.