Casus
EatGreek B.V. heeft in 2019 een horecaruimte met inventaris gehuurd van de eigenaar van het pand (de appellant). De voorgaande huurder, Simply Greek B.V., is in 2017 failliet verklaard, waarna er een beëindigingsovereenkomst werd gesloten en de inventaris van het pand werd overgenomen door de eigenaar van het pand. EatGreek B.V. heeft de burgemeester verzocht een Drank- en Horecawetvergunning te verlenen. De burgemeester heeft de aanvraag voor een Drank- en Horecawetvergunning geweigerd, omdat hij van mening is dat een ernstig vermoeden bestaat dat deze vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Aan de afwijzing heeft de burgemeester de inhoudelijke argumenten uit een advies van het Landelijk Bureau Bibob (hierna: LBB) ten grondslag gelegd.
Uit de adviezen van het LBB volgt volgens de burgemeester dat EatGreek B.V. in relatie staat tot de strafbare feiten die de eigenaar van het pand vermoedelijk heeft gepleegd, namelijk schuld witwassen door het verwerven, en van 2017 tot 2019 voorhanden hebben van de inventaris. Hij had kunnen vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig was, namelijk de door Simply Greek B.V. gepleegde bedrieglijke bankbreuk. Tussen EatGreek en de eigenaar van het pand bestaat volgens de burgemeester een zakelijk samenwerkingsverband. Daarmee bestaat er, naar het oordeel van de burgemeester een ernstig gevaar dat de Drank- en Horecawetvergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet Bibob.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester op juiste gronden tot zijn besluit is gekomen.
Oordeel van de Afdeling
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer in de uitspraak van 20 december 2023, moet voor het aannemen van een zakelijk samenwerkingsverband een zakelijke relatie bestaan die is gericht op samenwerking en een zeker duurzaam en structureel karakter heeft.
Volgens de burgemeester is sprake van een zakelijk samenwerkingsverband, omdat EatGreek B.V. een horecaruimte en inventaris huurt van de eigenaar van het pand. Ook heeft EatGreek B.V. meubilair gekocht van hen en hebben zij gezamenlijk opgetrokken in de bezwaarfase, waarbij zij zijn vertegenwoordigd door dezelfde advocaat.
De Afdeling oordeelt dat dit op geen enkele wijze de conclusie rechtvaardigt dat er tussen hen een zakelijk samenwerkingsverband bestaat. Uit wat de burgemeester aanvoert blijkt namelijk niet dat er een zakelijke relatie bestaat die gericht is op samenwerking in het door EatGreek B.V. gehuurde te exploiteren bedrijf, stelt de Afdeling. “De enkele huurrelatie of de vaststelling dat EatGreek B.V. de inventaris heeft gekocht van de eigenaar van het pand, is onvoldoende om te kunnen oordelen dat een zakelijk samenwerkingsverband gericht op samenwerking bestaat. Dat EatGreek en de eigenaar van het pand door dezelfde gemachtigde werden vertegenwoordigd in de bezwaarfase is een keuze die hen vrijstaat, en wijst evenmin op een zakelijk samenwerkingsverband in vorenbedoelde zin. Ook is niet aangevoerd of gebleken dat de eigenaar van het pand enige zeggenschap heeft over de bedrijfsvoering van EatGreek B.V..” Volgens de Afdeling heeft de burgemeester dan ook niet voldaan aan zijn vergewisplicht, die hem verplicht te beoordelen of het advies van het LBB, en het daartoe ingestelde onderzoek naar de feiten, op zorgvuldige wijze tot stand gekomen is en of de feiten de conclusies kunnen dragen (hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 31 maart 2021). “Het door de burgemeester in navolging van het advies van het LBB ten onrechte veronderstelde zakelijk samenwerkingsverband tussen de eigenaar van het pand en EatGreek B.V. kan de conclusie, dat ernstig gevaar bestaat dat de door EatGreek B.V. gevraagde Drank- en Horecawet vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, niet dragen”.
De Afdeling concludeert daarom dat de burgemeester de door EatGreek B.V. gevraagde Drank- en Horecawetvergunning niet mocht weigeren op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet Bibob. De Afdeling merkt daarbij nog op dat: “voor zover al sprake zou zijn van schuld witwassen, wat door de eigenaar van het pand gemotiveerd is betwist, is het de Afdeling onduidelijk gebleven hoe dit feit samenhangt met de activiteiten waarvoor de Drank- en Horecawetvergunning is aangevraagd, namelijk het schenken van alcohol. Ook is op geen enkele wijze duidelijk geworden welke strafbare feiten EatGreek B.V. en/of de eigenaar van het pand zouden kunnen plegen met de Drank- en Horecawetvergunning. Gelet hierop moet de burgemeester de aanvraag voor de Drank- en Horecawetvergunning in behandeling nemen en verlenen, indien daaraan geen andere beletselen in de weg staan.”