We hebben er vaker over geschreven; de Alcoholwet is een gezondheidswet. Deze wet stelt daarom grenzen aan de beschikbaarheid van alcoholhoudende drank, onder andere door het beperken van de plaatsen waar alcoholhoudende drank mag worden verstrekt. Eén van die beperkingen staat in artikel 7, tweede lid van de Alcoholwet: “Geen vergunning wordt verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf of slijtersbedrijf anders dan in een inrichting.”
In de praktijk betekent dit dat een Alcoholwetvergunning alleen wordt afgegeven voor een zogeheten ‘inrichting’, maar wat wordt daarmee bedoeld?
Wat is een ‘inrichting’ volgens de Alcoholwet?
De Alcoholwet definieert ‘inrichting’ in artikel 1, eerste lid, zevende gedachtestreepje als:
“de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte.”
Met andere woorden: een inrichting bestaat uit lokaliteiten, oftewel afgesloten ruimtes waarin alcoholhoudende drank wordt geschonken, en eventueel bijbehorende terrassen. Maar wat zijn ‘lokaliteiten’? Dit wordt in artikel 1, eerste lid, vierde gedachtestreepje beschreven.
“een besloten ruimte, onderdeel uitmakend van een inrichting.”
In ditzelfde wetsartikel wordt ‘besloten ruimte’ gedefinieerd: “een ruimte die omsloten is door scheidingsconstructies.”
‘Scheidingsconstructies’ wordt niet in de Alcoholwet gedefinieerd, maar in Bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
"Constructie die de scheiding vormt tussen 2 voor personen toegankelijke besloten ruimten van een gebouw, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het voldoen van die scheidingsconstructie aan een in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) gestelde eis.”
Een ‘inrichting’ is dus geen vage term…
Niet elk (horeca)concept komt in aanmerking voor een Alcoholwetvergunning
In de praktijk leidt dit wetsartikel tot vragen en soms ook teleurstellingen. Sommige innovatieve concepten, zoals pop-upbars en mobiele cocktailkarren en andere concepten zonder vaste scheidingsconstructies, vallen buiten de boot. Als er geen sprake is van een inrichting kan er tenslotte geen vergunning verleend worden overeenkomstig artikel 3 van de Alcoholwet. Artikel 27 lid 1 sub c van de Alcoholwet stelt namelijk dat een vergunning wordt geweigerd indien artikel 7 tweede lid zich tegen de verlening van de gevraagde vergunning verzet.