Casus
Meneer was eigenaar van de woning en de schuur in Nuenen. Op het adres was ook zijn boomkwekerij gevestigd. Op 9 februari 2022 heeft de politie in de schuur met ondergrondse ruimte 120 kg hennep en 36,5 kg hasj gevonden. Het bleek om de voorraad van een coffeeshop in Eindhoven te gaan. De bevindingen heeft de politie vastgelegd in bestuurlijke rapportages. De burgemeester heeft naar aanleiding daarvan besloten om de woning en de schuur op grond van artikel 13b van de Opiumwet en overeenkomstig de Beleidsregel voor bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet 2020 voor drie maanden te sluiten.
De eigenaar is hiertegen in bezwaar gegaan bij de burgemeester en in beroep bij de rechtbank, maar deze zijn ongegrond verklaard. Eigenaar is inmiddels overleden. De erven van de eigenaar hebben tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
De beoordeling van de Raad van State in hoger beroep
Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. De drugs zijn aangetroffen in de schuur.
De burgemeester was gezien de ernst en de omvang van de overtreding bevoegd om tot sluiting van de schuur over te gaan. Maar was de burgemeester ook bevoegd om naast de schuur ook de woning te sluiten?
Door de afdeling is als criterium ontwikkeld dat het van belang is of er een relatie bestaat tussen de verschillende (delen van) bouwwerken, dat die als één geheel moeten worden beschouwd. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Als een dergelijke samenhang bestaat, dan strekt de bevoegdheid tot sluiting zich uit tot dat geheel, ongeacht of in de onderscheiden onderdelen al dan niet handelsvoorraden drugs zijn aangetroffen.
De woning en de schuur zijn van dezelfde eigenaar en staan op hetzelfde omheinde perceel op een afstand van negen meter van elkaar, op basis hiervan heeft de rechtbank overwogen dat er een relatie tussen de woning en schuur bestaat, dat de afzonderlijke bouwwerken als één geheel moeten worden beschouwd. De Afdeling volgt de rechtbank hierin niet. Dat de woning en de schuur op hetzelfde omheinde perceel op deze afstand van elkaar liggen, is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat de woning en schuur als één geheel moeten worden beschouwd. De schuur is niet bouwkundig met de woning verbonden en was zelfstandig toegankelijk. Ook is er geen sprake van omstandigheden die duiden op een functionele samenhang. In de schuur lagen verder alleen materialen opgeslagen van de boomkwekerij. Er is niets dat erop wijst dat de schuur op enige wijze met de woonfunctie was verbonden of mede ten dienste van de woning stond of vice versa. De Afdeling wijst er daarnaast op dat er in dit geval alleen in de schuur drugs aangetroffen zijn en dat in de woning of elders op het perceel geen daaraan gerelateerde goederen aangetroffen zijn.
Conclusie
De conclusie is dat er geen zodanige relatie tussen de woning en de schuur bestaat dat deze als één geheel moeten worden beschouwd. Dit betekent dat de burgemeester op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet niet bevoegd was om de woning te sluiten. Ondanks dat het om een grote hoeveelheid drugs ging en dus om een ernstige overtreding, mocht de burgemeester om die reden niet van samenhang uitgaan of anderszins bevoegd om ook de woning te sluiten.