De Pyrorichtlijn en het Vuurwerkbesluit
De Europese Pyrorichtlijn vormt de basis voor de wet- en regelgeving rond vuurwerk in de Europese Unie. In Nederland is deze richtlijn verwerkt in onder andere het Vuurwerkbesluit. Dit besluit stelt eisen voor het gebruik, de opslag en de verwerking van vuurwerk én onderscheidt hierin het bedrijfsmatig gebruik van professioneel vuurwerk. Een kernpunt is dat bedrijven die vuurwerk willen afsteken voor commerciële doeleinden, zoals tijdens evenementen, een toepassingsvergunning nodig hebben. Op grond van artikel 3B.1 van het Vuurwerkbesluit is een toepassingsvergunning verplicht voor alle handelingen met professioneel vuurwerk, waaronder het afsteken, opbouwen en bewerken hiervan.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) behandelt aanvragen voor een toepassingsvergunning. Volgens artikel 3B.1 lid 2 beslist ‘Onze Minister’ over de toekenning van een toepassingsvergunning. Bij toekenning worden voorwaarden opgelegd, met name gericht op de bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Naast de toepassingsvergunning moet een persoon beschikken over een certificaat van vakbekwaamheid, zoals vastgelegd in artikel 4.9 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
De ontbrandingstoestemming
Echter, een toepassingsvergunning is niet de enige vereiste voor het bedrijfsmatig afsteken van vuurwerk. Voor het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk moet, volgens artikel 3B.1 lid 3 van het Vuurwerkbesluit, een ontbrandingstoestemming worden aangevraagd bij de gedeputeerde staten van de provincie waar het vuurwerk zal worden afgestoken. Deze ontbrandingstoestemming moet voor iedere vuurwerkontbranding afzonderlijk worden aangevraagd, wat betekent dat de vergunninghouder telkens opnieuw toestemming moet vragen.
Deze toestemmingsplicht geldt niet alleen voor professioneel vuurwerk, maar ook voor consumentenvuurwerk wanneer de afsteekhoeveelheid boven de 200 kilogram uitkomt, en voor theatervuurwerk vanaf 20 kilogram. Voorwaarden voor het verkrijgen van een ontbrandingstoestemming zijn onder andere een geldige toepassingsvergunning en een aansprakelijkheidsverzekering die eventuele schade dekt.
De verklaring van geen bedenkingen
Een belangrijke stap in de aanvraagprocedure voor de ontbrandingstoestemming is de verklaring van geen bedenkingen, die de provincie aanvraagt bij de burgemeester van de gemeente waar het vuurwerk wordt afgestoken. Deze verklaring is essentieel, omdat de provincie zonder verklaring van de burgemeester geen toestemming verleent voor de ontbranding. De burgemeester beoordeelt hierbij onder andere de gevolgen voor de openbare orde en de veiligheid binnen de gemeente. In sommige provincies is de afhandeling van meldingen en vergunningaanvragen uitbesteed aan de Omgevingsdienst.
Naast de verklaring van geen bedenkingen kan de gemeente op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een evenementenvergunning verplicht stellen wanneer de vuurwerkontbranding onderdeel is van een evenement. Deze vergunning wordt verleend door de burgemeester en gaat gepaard met specifieke voorschriften voor het evenement, zoals veiligheidsmaatregelen, afzettingen en toezicht.