Op 1 juli 2024 is de Wet betaalbare huur in werking gegaan. Deze wet geeft gemeenten meer bevoegdheden om op te treden tegen te hoge huurprijzen. De huurprijzen worden gemeten aan de hand van een puntenstelsel voor huurwoningen. Als blijkt dat de huurprijs hoger is dan het puntenstelsel toestaat, kan de gemeente ingrijpen. Hiermee wil het kabinet meer woningen betaalbaar maken, is prijs-kwaliteit verhouding meer in balans en hebben huurders betere huurbescherming.
Deze wet beoogt de regulering van huren, met een focus op de huidige vrije huursector. Dit zal worden gerealiseerd door het toepassen van het woningwaarderingsstelsel (WWS), dat voorheen alleen van toepassing was in de sociale huursector, nu ook op de vrije huursector voor huurprijzen tot € 1.123 (regulering van middenhuur). Tevens wordt voorgesteld om de rechtspositie van huurders te versterken door de maximale huren uit het WWS als verplichtende norm in te voeren. Dit geldt voor zowel de sociale als de vrije huursector.
- Het wetsvoorstel rust op vier belangrijke pijlers:
- Bescherming van huurders tegen hoge huren;
- Het creëren van een voldoende groot middenhuursegment;
- Het behouden van de investeringsbereidheid van verhuurders binnen de vrije huursector;
- Het aantrekken van investeringen in de verduurzaming van huurwoningen.
Puntenstelsel
Elke woning of kamer wordt gewaardeerd op basis van verschillende kwaliteitscriteria, zoals het aantal vierkante meters, energielabel, WOZ-waarde, aanwezige keukenvoorzieningen en of er een tuin of balkon is. Het puntenaantal, dat de kwaliteit van de woning weerspiegelt, bepaalt de maximale huurprijs. Deze regeling gold al voor woningen tot en met 143 punten, maar de grens is nu verhoogd naar 186 punten, wat betekent dat er meer betaalbare woningen beschikbaar komen. Naar verwachting zal dit leiden tot een gemiddelde huurverlaging van 190 euro voor ongeveer 300.000 woningen op de lange termijn.
Verhuurders die een nieuw contract aangingen vanaf 1 juli moeten zich houden aan de maximale huurprijs. Bij woningen of kamers met een totaal van 143 punten of minder kan soms ook iets aan bestaande contracten veranderen. Blijkt dat het puntentotaal niet klopt met de huurprijs dan moet de huur in sommige gevallen per direct omlaag. Dit geldt ook voor woningen van particuliere verhuurders, studentenkamers en andere onzelfstandige woonruimtes. Verhuurders kunnen in die gevallen zelfs een boete krijgen van de gemeente, als ze hier zich niet aan houden.
Huurders en verhuurders kunnen zelf op de website van Volkshuisvesting Nederland kijken of de nieuwe wet ook voor hen van toepassing is.
Handhaving
Huurders moesten voorheen zelf de maximale huurprijs afdwingen bij de verhuurder. Ook als zij hier niet toe instaat waren lag die actie toch bij hen.
De taak van handhaven van de wet komt bij de gemeenten te liggen. Vanaf 1 januari 2025 krijgen gemeenten bevoegdheden erbij om deze wet te handhaven. De komende maanden (overgangsperiode) zullen in het teken staan van voorbereiden hiervoor. Onder andere de IT-systemen moeten aangepast worden.
De gemeente gaat op meldingen van huurders af maar mogen ook zelf het initiatief nemen om te controleren. Gemeenten die een huisvestingsverordening hebben en daarin richtlijnen hanteren voor de toewijzing van middenhuurwoningen, moeten hun huisvestingsverordening aanpassen of wijzigen, aangezien deze wet een verordende eis is.
In samenwerking met de Huurcommissie, de VNG en het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft er op 3 juni 2024 een webinar plaatsgevonden. Deze is nog steeds beschikbaar en gaat over veranderingen die eraan komen voor de ambtenaren die de verantwoordelijkheid krijgen vanaf juli 2024, voor het toezicht en handhaving. Er wordt hier ingegaan op de vraag wat de gemeente zelf kan doen voordat er een huurcommissie wordt benaderd.