Vorige maand hebben wij een artikel geschreven over de nieuwe Wet seksuele misdrijven. Indien u wilt weten wat de inhoud van deze wet is, adviseren wij u om het artikel van vorige maand te lezen.
Na het invoeren van deze wet hebben drie gemeenten de kans gekregen om een pilot te houden om de handhaving van de wet bij de boa’s neer te leggen. In dit artikel bespreken we deze handhavingspilots.
Implementatietraject
Voordat de wet op 1 juli 2024 is ingegaan, is ongeveer 1,5 jaar geleden een implementatietraject in gang gezet. Tijdens dit implementatietraject zijn betrokken partijen, waar onder het Openbaar Ministerie en de politie, aan de slag gegaan met aanpassingen van systemen, werkinstructies, opleidingen aan zedenrechercheurs maar ook aan intakemedewerkers bij de politiebureaus. Hierdoor konden deze organisaties ook daadwerkelijk op 1 juli 2024 beginnen met het beter aanpakken van dit soort incidenten.
Om de aanpak van seksuele misdrijven nog effectiever te maken is capaciteit nodig. Hiervoor is er in drie verschillende gemeenten, Arnhem, Rotterdam en Utrecht, een pilot van één jaar in gang gezet.
Capaciteit
De boa’s uit die gemeenten die een specifieke training hebben gehad en aan wie het openbaar ministerie de bevoegdheid heeft toegekend om op seksuele intimidatie te handhaven voeren de pilot uit. Omdat de strafbaarstelling van seksuele intimidatie in het openbaar (nog) niet is opgenomen in de domeinlijst van domein I, zijn boa’s niet automatisch bevoegd tot het opsporen en handhaven van de nieuwe strafbaarstelling.
Na afloop van de pilot zal worden bezien of boa’s in het algemeen bevoegd kunnen worden om op seksuele intimidatie te handhaven en in dat geval wat hiervoor nodig is. Als de pilot slaagt en de inzet van boa’s goed werkt, dan zal de lokale driehoek moeten bepalen of boa’s op de handhaving van seksuele intimidate in een bepaalde gemeente worden ingezet, middels bijvoorbeeld een convenant of een samenwerkingsovereenkomst. Dit zal in dat geval dus een extra mogelijkheid voor gemeenten zijn, maar geen verplichting.
De pilotgemeenten
In de gemeente Rotterdam zullen er komend jaar gerichte acties plaatsvinden om seksuele intimidatie in de gaten te houden. Uiteindelijk is het doel om meer daders voor de rechter te krijgen en te zorgen dat seksueel intimiderend gedrag gaat afnemen.
In de gemeente Arnhem gaan boa’s in koppels en in burgerkleding de straat op. Zonder te werken in herkenbaar uniform is de kans groter om daders van seksuele straatintimidatie op te sporen. De methodiek is niet bedoeld om gedrag uit te lokken, maar om meer kans te hebben om het te signaleren en te kunnen optreden. De boa’s gaan daarvoor langs plekken waar het vaker voorkomt.
Naast dat de gemeente Utrecht meedoet aan deze pilot, doen zij ook mee met het Programma Veilige Steden. Eerder hebben wij als BHBW al een artikel geschreven over dit programma dat andere mogelijkheden biedt om straatintimidatie aan te pakken. De gemeente Utrecht heeft laten weten hier onverminderd mee door te gaan om zo bewustzijn te creëren en het gedrag uiteindelijk tegen te gaan.
Nadat de pilot is afgelopen, kijkt het ministerie van Justitie en Veiligheid naar de effectiviteit van de pilot en of de bevoegdheid in het algemeen aan boa’s toegekend kan gaan worden.
Indien u meer over deze wet wilt weten. Op de website van de Rijksoverheid is er, onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en veiligheid, een Q&A opgesteld met de belangrijkste vragen over de nieuwe wet.