Op grond van artikel 2, eerste lid van de Winkeltijdenwet (hierna: de wet) is het verboden om op zondag, enkele genoemde feestdagen en op werkdagen vóór 6 uur en na 22 uur een winkel voor het publiek geopend te hebben.
In artikel 1 van de wet staat wat in de wet onder ‘goederen’, ‘particulier’ en ‘winkel’ wordt verstaan. Onder een winkel wordt een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht, verstaan. Goederen zijn roerende lichamelijke zaken, met uitzondering van binnenlandse en buitenlandse wettige betaalmiddelen. Een particulier is degene die een goed koopt anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
In artikel 2, tweede lid van de wet staat:
Het is voorts verboden op de in het eerste lid bedoelde dagen en tijden in de uitoefening van een bedrijf, anders dan in een winkel, goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan en in rechtstreekse aanraking met particulieren.
Het verbod om op zondag, de genoemde feestdagen en buiten de genoemde tijden goederen aan particulieren te verkopen, geldt hierdoor ook voor braderieën op evenementen en (week)markten.
Bevoegdheid en beperking gemeenteraad
De gemeenteraad kan op grond van artikel 3 van de wet bij verordening vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden. Daarnaast kan de gemeenteraad bij verordening aan de burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om in de verordening genoemde gevallen én met inachtneming van eventueel daarin gestelde regels een ontheffing te verlenen.
Beperking
De verordeningen van de gemeenteraad kunnen op grond van artikel 9 van de wet geen betrekking hebben op de openingstijden van winkels op werkdagen vóór 6 uur en na 22 uur.
Verouderde situatie
Tot 1 juli 2013 had de gemeenteraad minder bevoegdheden ten aanzien van het verlenen van een vrijstelling met betrekking tot de zondag en een aantal feestdagen. Daarom werd voor enkele situaties bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) vrijstelling verleend van de in artikel 2 vervatte verboden. Deze AMvB betreft het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet (hierna: het besluit). Het besluit bestaat nog steeds en voorziet nu nog in een vrijstelling voor apotheken, ziekenhuizen en verpleeghuizen, stations, luchthavens, benzinestations, wegrestaurants, beroepsscheepvaart en de verkoop van nieuwsbladen en tijdschriften.
Voorheen werd in het besluit ook (gedeeltelijk) vrijstelling verleend ten aanzien van de in artikel 2 vervatte verboden op begraafplaatsen, culturele evenementen, sportcomplexen, bejaardenoorden, ter gelegenheid van de eerste heilige communie, Allerheiligen en Allerzielen, Ramadan, een bedevaartsplaats, carnaval en de kermis. Toen de wet werd aangepast en de gemeenteraad meer bevoegdheden kreeg, werd de mogelijkheid waarin bij AMvB kon worden voorzien aangepast. Daarop is met ingang van 1 februari 2014 ook het besluit aangepast en zijn deze vrijstellingen vervallen. Nu moet de gemeente daar dus zelf, indien gewenst, in voorzien.
Conclusie
Als de gemeente af wil wijken van het in artikel 2 vervatte verbod, dan moet de gemeenteraad dat bij verordening regelen of zij moeten in de verordening het college van B&W voorzien van een ontheffingsbevoegdheid. Als deze vrijstelling wordt opgenomen of er in de ontheffingsmogelijkheid wordt voorzien, kunnen gedurende de zondag en de genoemde feestdagen op evenementen e.d. goederen aan particulieren worden verkocht.