Op grond van artikel 35 van de Alcoholwet kan de burgemeester, op aanvraag, een ontheffing verlenen van het verbod om zonder vergunning alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse. Deze ontheffing wordt onder andere ingezet voor het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens evenementen. Hoe zit het eigenlijk met sociale hygiëne in relatie tot de ontheffing op grond van de Alcoholwet? Deze vraag wordt in dit artikel beantwoord.
Wettelijk kader
Artikel 35 van de Alcoholwet stelt dat de ontheffing slechts kan worden verleend ten aanzien van het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse. Het verstrekken van sterke drank voor gebruik ter plaatse én het verstrekken van sterke drank en zwak-alcoholhoudende drank om bijvoorbeeld mee naar huis te nemen, is ondanks een verleende ontheffing, niet toegestaan. Daarnaast kan de ontheffing slechts verleend worden voor een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard. Dit maakt het mogelijk om de ontheffing te verlenen voor een activiteit wat niet direct een evenement is, maar waar het wel gewenst is om zwak-alcoholhoudende drank te verstrekken. De ontheffing kan slechts verleend worden voor een aaneengesloten periode van maximaal 12 dagen.
In hetzelfde artikel is ook opgenomen dat de verstrekking van de zwak-alcoholhoudende drank geschiedt onder onmiddellijke leiding van een persoon die:
a) de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt en;
b) niet in enig opzicht van slecht levens gedrag is.
De naam van deze persoon moet op de ontheffing worden vermeld. Deze persoon zal in veel gevallen namelijk ook een andere persoon zijn dan degene die (namens een organisatie) de ontheffing aanvraagt.
Het beschikken over kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne én het ingeschreven staan in het Register Sociale Hygiëne zoals dat voor (onmiddellijk) leidinggevenden van de Alcoholwet vereist is, is niet verplicht voor de persoon onder wiens onmiddellijke leiding de zwak-alcoholhoudende drank wordt verstrekt met een ontheffing.
Situatie voor 1 januari 2013
Tot 1 januari 2013 was dit anders. Toen moesten de personen die op een ontheffing vermeld werden aan dezelfde toenmalige eisen voldoen als leidinggevenden. De aanleiding om deze eisen te versoepelen naar de huidige eisen waren erop gericht om het gemakkelijker te maken om een ontheffing aan te vragen. Dit blijkt uit de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 2008/09, 32022, nr. 3) onder ‘Aanpassing regelgeving verstrekking tijdens evenementen (bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard)’.
Sociale hygiëne toch verplichten
Nu het beschikken over kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne geen wettelijk eis meer is in relatie tot de ontheffing, neemt dat niet weg dat gemeenten dit toch kunnen verplichten. Aan een ontheffing kunnen namelijk voorwaarden en/of beperkingen worden verbonden. Een voorwaarde zou kunnen zijn dat de persoon die leiding geeft of iemand anders die bijvoorbeeld achter de bar staat, ingeschreven is in het Register Sociale Hygiëne. Let wel, de aanvraag kan hier op voorhand niet op geweigerd worden. Er kan alleen handhavend opgetreden worden als na controle blijkt dat deze voorwaarde niet wordt nageleefd.