Casus
Op 18 augustus 2019 was er een evenement met een hindernisbaan op het water waarbij de deelnemers van obstakel naar obstakel zwemmen en proberen om alle obstakels, zo snel mogelijk te overbruggen. Bij de betreffende man, die eiser is in deze zaak ging het bij het derde obstakel van het parcours mis. Het opblaasbare derde obstakel, dat als een driehoek op het water lag, had schuine treden tot de top van 2,5 meter, waarna er aan de andere kant naar beneden kon worden gegaan, met dezelfde treden. Bij het beklimmen van de voorzijde wachtte hij op de een na hoogste trede totdat er voldoende ruimte was om aan de andere kant vanaf de top van het obstakel het water in te springen. Toen hij op top van het obstakel, de bovenste trede stapte om te springen, gleed hij uit. Hij viel voorover, met zijn hoofd naar beneden en raakte met zijn hoofd de onderste zwarte, met lucht gevulde, rand van het obstakel aan de achterzijde. Na het ongeval werd in het Erasmus MC onder meer een dwarslaesie vastgesteld bij de man. De man stelt de organisatie aansprakelijk voor de geleden schade.
Beoordeling door de rechtbank: is de organisatie aansprakelijk?
De vraag is of er door de organisatie van het evenement onrechtmatig is gehandeld richting de man en daardoor aansprakelijk is voor de schade. Volgens de rechtbank is voor de beoordeling van de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad, zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt) van belang dat het uitgangspunt is dat deze organisator als professionele sportevenementorganisator verantwoordelijk is voor een veilige sportomgeving. Achtergrond van deze zorgplicht is dat de organisator als professionele organisatie in zekere mate zeggenschap heeft over haar deelnemers en zich in een positie bevindt waarin zij zodanige omstandigheden kan creëren dat het evenement veilig kan verlopen. Dat iemand kiest voor deelname aan het evenement, ondanks de hieraan bekende, intrinsiek verbonden risico’s, betekent niet dat er geen zorgplicht rust op de organisator.
Om de vraag te beantwoorden of de organisator in dit geval ten opzichte van de man onrechtmatig heeft gehandeld zijn de criteria van het Kelderluik-arrest maatgevend:
- Hoe waarschijnlijk het is dat een deelnemer aan een sportevenement als dit evenement niet de nodige oplettendheid en voorzichtigheid in acht neemt;
- Hoe groot de kans is dat daaruit ongevallen ontstaan;
- Hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn en;
- Hoe bezwaarlijk het is om veiligheidsmaatregelen te nemen.
De rechtbank oordeelt dat het obstakel op zichzelf niet gevaarlijk is. Ter zitting is duidelijk geworden dat de rand waar de man met zijn hoofd op viel met lucht gevuld is, net als de andere onderdelen van het obstakel. Dat het obstakel hard was (opgepompt), is voor het beoogde gebruik noodzakelijk: mensen moeten op de opgeblazen obstakels kunnen klimmen. Het toegepaste materiaal is ook gebruikelijk en geschikt voor obstakels die bedoeld zijn om in het water te gebruiken. Verder zijn er geen omstandigheden of feiten aangevoerd of gebleken waaruit volgt dat het obstakel een gebrek vertoonde of als zodanig onveilig of gevaarlijk was en voor deelnemers een te groot risico op letsel opleverde. De twee zijden van het obstakel zijn vrijwel identiek en bevinden zich aan beide zijden treden, waaruit volgt dat het niet de bedoeling is om van het obstakel af te springen.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het evident gevaarlijk en risicovol is om vanaf de bovenste trede van het obstakel naar beneden te springen. Het obstakel is immers piramidevormig zodat, om van bovenaf in het water terecht te komen een (horizontaal gezien) relatief grote afstand moet worden overbrugd. Het risico dat een sprong vanaf de bovenste trede van het obstakel mislukt, in die zin dat niet het water wordt bereikt maar je terechtkomt op het obstakel, is naar het oordeel van de rechtbank voor een volwassene, zoals de man, (ook zonder instructies of toelichting) voldoende kenbaar. Dat geldt vooral omdat het obstakel nat en glad is, je op de bovenste trede van het obstakel geen enkel houvast hebt en je bij het afzetten voor een sprong met je blote voeten op de natte trede weinig grip hebt en gemakkelijk wegglijdt. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de man zich niet bewust was van de risico’s van een sprong. Hij kon de situatie goed overzien en besloot, zo verklaarde hij, om net als iemand voor hem naar beneden te springen. Er was daarom naar het oordeel van de rechtbank voor de organisator geen verplichting om deelnemers te waarschuwen voor gevaar of om te zeggen dat er niet van het obstakel mocht worden afgesprongen. De man heeft ervoor gekozen om op de meest risicovolle (hoogste) trede te gaan staan om van bovenaf naar beneden te springen. Hij heeft daarmee het kenbare en aanzienlijke risico genomen dat hij zou vallen en verkeerd terecht zou komen. Als je een dergelijk groot en kenbaar risico neemt en het gevaar zich realiseert, kan de daaruit voortkomende schade niet op de organisator van het evenement worden afgewenteld.
Daarmee is de conclusie van de rechtbank dan ook dat de organisator niet onrechtmatig heeft gehandeld en daarmee niet aansprakelijk is voor de geleden schade van de man. Die informatie steken we dan maar weer mooi in the pocket.