Een hotel dichtbij het Vondelpark was in 2018 en 2019 het doelwit van aanslagen. De vraag die in deze procedure moet worden beantwoord, is of de burgemeester de gevraagde exploitatievergunning om het hotel op die locatie en in de aangevraagde vorm te mogen exploiteren, aan verzoekster heeft mogen weigeren?
Feiten
Op 24 oktober 2018 is voor de deur van het hotel een handgranaat zonder pin en zonder beugel aangetroffen. De beugel is, blijkens een bestuurlijke rapportage van 25 oktober 2018, in de buurt van de handgranaat aangetroffen. Diezelfde rapportage meldt dat de reden dat de handgranaat niet is afgegaan mogelijk is gelegen in een losse ontsteking in de handgranaat. Op 6 juli 2019 was het wel raak. Toen heeft er een explosie door een handgranaat plaatsgevonden in de portiek van het hotel. Om de veiligheid te waarborgen, sloot de burgemeester het hotel voor onbepaalde tijd.
Overweging burgemeester
De burgemeester heeft de exploitatievergunning geweigerd. Volgens de burgemeester doen zich drie weigeringsgronden genoemd in artikel 3.67 lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening (hierna: Apv) zich voor. Ten eerste wordt het woon- en leefklimaat of de openbare orde of de veiligheid in de omgeving van het hotel nadelig beïnvloed. Daarnaast biedt het overlegde bedrijfsplan onvoldoende garanties om dit te voorkomen.
Heeft de burgemeester de exploitatievergunning terecht geweigerd?
De rechtbank vindt dat het ongewijzigde bedrijfsplan de burgemeester ‘onvoldoende vertrouwen geeft dat bij exploitatie van het hotel het woon- en leefklimaat in de omgeving, of de openbare orde en veiligheid, niet nadelig wordt beïnvloed’. De burgemeesters besluit om het hotel dicht te houden, is daarom volgens de uitspraak ‘vooralsnog terecht’. Het hotel is op grond van artikel 2.10 van de Apv gesloten.